Eten moet je toch

‘Eten moet je toch’, placht mijn eerste baas te zeggen. Om vervolgens elk werkoverleg in een restaurant af te spreken en de rekening te declareren. –Hij was even vergeten dat hij niet meer bij een duur organisatie-advies bureau werkte, maar bij een overheidsorgaan zodat het declaratie plafond al snel in zicht zou komen- ‘Zolang ik het niet weet, hoef ik me er niet aan te houden’, was het antwoord als medewerkers hem er voorzichtig op attent maakten.

Schaamteloos of sukkel

Het waren de ‘gelukkige jaren negentig’ toen na een ernstige economische crisis de internetbubbel begon te groeien en de inkomens tot ongekende hoogte rijkten. Nou ja, voor sommigen dan. Stiekem had ik wel enige bewondering voor de schaamteloosheid van mijn ‘baas’. Nee, dan mijn collega waarmee ik de kamer deelde: jong gezinnetje, weinig geld en elke dag op de fiets naar het werk met een broodtrommeltje onder de snelbinder. Enigszins paniekerig vroeg hij zich af hoe dat nu moest toen hij was uitgenodigd voor zo’n werkoverleg in een restaurant. Hij kon dat toch helemaal niet betalen. Bovendien was het natuurlijk niet nodig want hij had gewoon brood bij zich. Hij loste het op door vooraf zijn boterhammen te eten en de lunch op een glaasje water uit te zitten. Wat een sukkel!

Die baas heeft het natuurlijk niet lang uitgehouden (ik ook niet) en vertrok binnen een jaar weer naar het bedrijfsleven. Je mag hopen – nou ja, niet echt maar toch wel een beetje – dat ‘ie ergens een lichte leververvetting of hartaanval heeft gekregen. Want echt gezond is dat eten en snelle leven niet echt. En bovendien was het natuurlijk gewoon een egocentrische asshole. Nee, dan had die collega met zijn boterhammen met pindakaas het eigenlijk beter voor elkaar.

Goed gevoed

Het is een rare paradox: als je kunt eten wat je wilt, is dat niet persé het beste. En andersom: schaarste en soberheid kunnen juist goed uitpakken. Zo is een bekend gegeven dat mensen in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo goed zijn gevoed. In haar boek ‘Koken in Oorlogstijd’ zegt culinair historicus Manon Henzen:

“Er werd weinig vlees, suiker en vet gegeten. In plaats daarvan kwam een voornamelijk plantaardig dieet van aardappelen, granen, peulvruchten, groenten en fruit, aangevuld met een beperkt aantal vetten. Hier doet het menselijk lichaam het goed op.”

Eten moet je toch, daar had die baas dan weer wel gelijk in. Dus, als je dan toch je boodschappen aan het doen bent, kies dan voor vol(w)aardig: volkoren granen, verse (liefst biologische) groenten en peulvruchten in plaats van vlees(vervanger). Dat vult en voedt gewoon beter en dan zorg je wel echt goed voor jezelf. Dan maar een sukkel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.