Zorg voor bodem tot buik

Het tuinseizoen is begonnen! Na de IJsheiligen kunnen de vorstgevoelige planten naar buiten. En de tuinders beginnen met de levering van de verse voorjaarsgroenten uit de eigen tuin. Met smart wacht ik op de start van het zelfoogsten bij Tuinderij de Overkant, maar helaas! ‘We moeten het anders aanpakken dit jaar’, zegt tuinder Sander. Een heel nat voorjaar, veel slakkenvraat, een verhuizing van een deel van de tuin en een nieuwe samenwerking met zorgtuin Aardewerk nopen tot aanpassing van de werkzaamheden. Geen zelfoogst abonnement dit jaar, dus. Maar wel een groenten abonnement en de mogelijkheid zelf een pakket samen te stellen.

Tuurlijk is het jammer. Ik vond het heerlijk om het seizoen te volgen op de tuin en mede oogsters te ontmoeten. Juist de betrokkenheid bij de tuin en tuinders maakt het wekelijks portie groenten bijzonder en zoveel meer waardevol dan ‘gewoon’ boodschappen doen bij de supermarkt. Maar, die betrokkenheid houdt niet op, ook niet als ik mijn groenten nu aangeleverd krijg op een afhaalplek in plaats van zelf ga oogsten. En ik zie mooie nieuwe kansen en samenwerkingen ontstaan.

Sinds begin dit jaar is zorgtuin Aardewerk neergestreken op de ‘dependance’ van de tuinderij aan de Voordersteeg. Hier worden de groentepakketten samengesteld en maken we potjes in voor de verkoop. Al eerder vond ook Erik van de Gouden Pompoen hier zijn werkplek. Met de komst van de Aardewerkers aan de Voordersteeg en vele vrijwillige handen heeft de plek een verdere transformatie ondergaan: er is een kruidentuin en aardbeienwal aangelegd, een nieuw terras en stalletje aan de weg, een deel van de teelt is overgebracht. Kortom, er is veel ‘zachtaardige’ reuring. Een fijne plek ‘waar iedereen zichzelf kan zijn, aangesproken wordt op kwaliteiten en uitgenodigd om te ontwikkelen in een veilige, rustige, groene en ondersteunende omgeving.’

Het is fijn dat er plekken zijn zoals deze kleinschalige tuinders, zorgboeren, voedselbossen, herenboeren, CSA’s, permacultuurtuinen en andere lokale burgerinitiatieven. Ze kunnen echter niet bestaan zonder onze bijdrage in geld of in tijd. Is dat eerlijk, vraag je je misschien af? In de praktijk blijkt het vrijwel onmogelijk om een goed ‘verdienmodel’ te ontwikkelen waarbij iedereen die betrokken is een goede boterham heeft, die nog belegd is ook. Het blijft noodzakelijk terug te kunnen vallen op vrijwilligers, een (partner met) betaalde baan, subsidiepotjes oid. Misschien is het niet erg. Ondertussen is er een heel netwerk (aan het) ontstaan van alternatieven voor de reguliere landbouw, distributieketens, grote zorginstellingen etc. Deze kunnen namelijk niet bieden wat kleinschalige initiatieven wel kunnen, namelijk de behoefte vervullen om ergens bij te horen, zorg te dragen en oog te hebben voor de menselijke maat.


Op 1 juni is het open dag Zorgtuin Aardewerk

Tussen 10.00 uur en 15.00 uur ben je welkom om een kijkje te komen nemen of mee te doen aan een rondleiding of activiteit aan de Voordersteeg 4 in Twello. Er zijn diverse rondleidingen door tuinder en zorgboerin, een biologische markt en demonstraties en lekkernijen. Kijk hier voor het programma.

Permacultuur en improvisatie koken

Permacultuur en improvisatie koken hebben veel met elkaar gemeen. Voor de buitenstaander lijkt het of je maar wat aanrommelt, maar er zit wel degelijk een idee achter. En je gaat uit van een aantal basisprincipes die overeenkomen. Zo bekijk je wat er aanwezig is en laat je je daardoor leiden, maak je gebruik van slimme combinaties, zorg je voor evenwicht en diversiteit. Maar bovenal doet improvisatie koken een beroep op je verbeeldingskracht en zin voor avontuur.

De ingrediënten

Uitgaan van wat er voorhanden is, is voor mij het basisprincipe van improvisatiekoken. Reuze handig als je bijvoorbeeld ziek bent, er een of ander virus rondwaart en je niet meer naar de supermarkt kunt bijvoorbeeld, en je moet koken met wat er in je tuin of keukenkastje voorradig is. Of als je een mooi maaltje groenten krijgt aangeboden van iemand met een moestuin. Of als nu net die pruimen rijp zijn.

Als je improvisatie kookt ga je uit van het ingrediënt en niet van het recept. Je begint met de keuze van verse, lokale seizoensgroenten en -fruit. Dat is niet alleen de meest duurzame keuze maar levert ook een betere kwaliteit op: de producten hebben de kans gekregen te rijpen en tot volle wasdom te komen, en hebben daardoor meer smaak en zijn beter verteerbaar; het moment van oogsten en eten ligt dicht bij elkaar waardoor er minder verlies van voedingsstofen plaatsvindt. Naast je verse producten is het handig om ‘droogwaar’ op voorraad te hebben (zoals granen, peulvruchten, gedroogd fruit, noten en zaden) en smaakmakers (oliën, azijn, specerijen). Je maakt ook gebruik van je zintuigen, vaardigheden en creativiteit.

Hoe ruikt het, hoe smaakt het, wat kun je ermee? Welke ‘zin’ roept het op?

Je kunt gebruik maken van een aantal basisrecepten of ideeën en daarop voortborduren, nieuwe wegen ontdekken en experimenteren.

Slimme combinaties en diversiteit

Net als in de permacultuurtuin maak je gebruik van slimme combinaties die
elkaar versterken of juist een contrast geven. Denk daarbij aan een verschil in
kleur, structuur en smaak. Zo heeft elke kleur groenten of fruit zijn eigen goede eigenschappen evenals de verschillende gewasgroepen (vrucht,
wortel, blad en knolgewassen). Je hoeft niet precies te weten welke anti-oxidanten of hoeveel polyfenolen waar in zitten:

zorg voor diversiteit op je bord en eet ‘de regenboog’ dan krijg je automatisch voldoende voedingsstoffen binnen.

Balans in smaken

Een goede balans in smaken is essentieel voor het slagen van een gerecht. Alle smaken doen ertoe en zijn vertegenwoordigd: zoet, zuur, zout, bitter en umami. Mist er nog iets aan een gerecht? Een snufje zout versterkt de smaak van zoet. Een beetje zoet kan meer diepte geven aan een hartig gerecht. Het is leuk om ook hier gebruik te maken van de natuurlijke eigenschappen van groenten, fruit of kruiden. Gebruik voor:

• ZOET bijvoorbeeld fruit, gedroogde zuidvruchten, honing, stroop of siroop of zoete kruiden of specerijen als kaneel, zoethout, kardamom, anijszaad en munt;

ZOUT bijvoorbeeld lavas, selderijblad, zeekraal of gefermenteerde producten als olijf, kaas en miso;

ZUUR bijvoorbeeld citroen, azijn, bessen, cranberry, sumak, yoghurt, verjus (sap gemaakt van onrijpe druiven of ander fruit);

BITTER bijvoorbeeld geelwortel (kurkuma), salie, citrusschil, lavendel, laos, paardenbloem, witlof, andijvie, cacao, hop, amandel, zwarte thee.

En dan is er ten slotte de vijfde smaak UMAMI, ook wel hartig genoemd. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld wortel, bataat, tomaat, selderij, ei, oude kaas en paddenstoelen, maar ook (gefermenteerde) sojaproducten als tamari, shoyu, miso, tempeh en zeewier.

Bereiden

Variatie breng je ook aan door gebruik te maken van verschillende bereidingswijzen. Het is leuk om je hier enigszins in te verdiepen. Met bereidingswijze bedoel ik niet alleen maar koken of bakken. Ook de manier van snijden is van belang en beïnvloedt de smaak en de vertering. Maar
je kunt producten ook ‘voorverteren’ door ze een tijd te marineren in bijvoorbeeld zuur, te masseren met zout of te fermenteren.

Volg de / je natuur

Voor sommige mensen is er niks leukers dan op avontuur gaan en experimenteren. Anderen hebben daar wat meer moeite mee. Wat kan helpen is om uit te gaan van iets wat je al kent en daarop te variëren.
Gebruik bijvoorbeeld een aantal basisrecepten die je kunt aanpassen naargelang het aanbod aan producten, het seizoen, het aantal mensen, de middelen en materialen die je ter beschikking staan. Ten slotte, mocht je eigen creativiteit je in de steek laten, overweeg dan eens om samen met anderen te koken en te eten. Bijvoorbeeld bij een workshop van Velt of tijdens de jaarlijkse kookvakantie van Keetmee.

Dit artikel is gepubliceerd in Permacultuur Magazine nummer 19, juni 2020.


Voed je jezelf of de composthoop?

Misschien heb je een moestuin of een groenten abonnement bij een boer in de buurt. Of probeer je zoveel mogelijk je groenten van het seizoen te kopen bij de lokale (super)markt. Maar, hoe vaak komt het niet voor dat je aan het eind van de week de verlepte bosjes uit je koelkast kunt plukken? Of dat er spontaan een kwekerij in je groentela of kelder is ontstaan met ontsproten uien of aardappels? ‘Het gaat niet verloren’, zei een bevriende tuinder, ‘via de composthoop komt het weer in de bodem.’ Tja, maar daarvoor is het niet gemaakt natuurlijk. Het is wel de bedoeling dat die groenten op je bord terecht komen.

Is het gemakzucht, onwetendheid of een gebrek aan tijd, planning of creativiteit? Wie het weet mag het zeggen. 25-30% van de mensen die enthousiast beginnen met een groenteabonnement van de bioboer zegt deze binnen een jaar weer op. Belangrijkste reden is dat er teveel van het pakket wordt weggegooid. Zonde natuurlijk! Niet alleen voor die zorgvuldig geteelde groenten, maar voor ons allemaal. Er zit namelijk nog een hele ‘keten’ vast aan lokale, biologisch geteelde seizoensgroenten:

bestaanszekerheid voor de bioboer, zorg voor een levende bodem, meer biodiversiteit, robuuste groenten, minder voedselkilometers, eerlijke voedselprijs, minder plastic en de mogelijkheid deel uit te maken van een lokale ‘community*, etc.

Lees hier meer over ‘ieder’ zijn tuin

Groenten eerst

Hoe voorkom je nu dat je groenten op de composthoop of in de groenbak verdwijnen? Het antwoord is dat je op een andere manier je maaltijd gaat samenstellen. Niet uitgaan van een recept maar van de groenten. Als je een groenten abonnement hebt of een moestuin is dat makkelijk: dit is de basis van je maaltijd, vervolgens bekijk je wat je ervan kunt maken.

Zorg voor voldoende voorraad

Een basisvoorraad van droogwaar (meel, rijst, peulvruchten, kruiden, smaakmakers) aangevuld met verse groenten en andere producten zorgt ervoor dat je nooit misgrijpt en ‘alles’ kunt maken. Download hier mijn basisvoorraadlijst en pas m aan naar eigen voorkeur.

Succesrecepten

Zorg dat je een aantal succesrecepten, waarmee je kunt variëren, paraat hebt. Dit scheelt ‘denkkracht’ na een drukke dag en voorkomt dat je alsnog iets kant en klaar gaat maken.

Preppen en conserveren

Is er een overvloed aan bepaalde groenten en kun je ze niet wegwerken? Plan af en toe tijd in om ze in te vriezen, inmaken of te fermenteren.

Ikzelf kan niet wachten tot het zelfoogstseizoen bij Tuinderij de Overkant weer begint. De allereerste knisperverse raapstelen (uit de koude kas) mocht ik verleden week verwelkomen en wat een feest was dat! Ik verwerkte ze met spinazie uit de diepvries (want daarvan had ik nog niet voldoende) en maakte deze sag panir.

Een halvering van de totale voedselverspilling in Nederland levert uiteindelijk een broeikasgasreductie van 2-3 Mton CO2-equivalenten per jaar op. In Nederland betekent dit per jaar 1 miljard kilo minder voedsel verspillen. Daar kunnen 2,7 miljoen mensen, ruim 15% van de Nederlandse bevolking, een jaar lang van eten.

* Ik weet het, liever ook lokaal taalgebruik en geen Engels. Maar ‘lokale gemeenschap’ roept toch weer andere associaties op…

Kiemkracht

Wat een geweldig potentie ligt er toch opgeslagen in een zaadje. Omringd door een beschermende schil ligt al die levenskracht te wachten totdat de omstandigheden daar zijn om te ontspruiten. Vocht is er nodig om het omhulsel zacht en toegankelijk te maken, maar ook niet teveel anders gaat de boel rotten. Het zaadje absorbeert het water en zwelt op. Allerlei processen beginnen zich te roeren. Tenslotte barst de spruit door de schil en begint een nieuw leven. Wow, wat gebeurt hier allemaal? En hoe kunnen we gebruik maken van deze kiemkracht?

Levende voeding

Het weken is de start van het kiemproces. Grote hoeveelheden enzymen worden vrijgemaakt en de kiem vormt uit het aanwezige zetmeel andere stoffen, zoals vitaminen, eiwitten, vezels en nucleïnezuren (een van de belangrijkste bouwstoffen van alle levende materie). Niet alleen neemt de voedingswaarde enorm toe (veel vitamine C en B-vitaminen), het kiemen zorgt ook voor een voor-vertering zodat voedingstoffen beter opneembaar zijn. Kiemgroenten leveren ook anti-oxidanten en de-activeren anti-nutrienten zoals fytinezuur.

Door het kiemen worden levenskrachten geactiveerd zodat het gekiemde zaad veel meer voedingswaarde heeft dan het oorspronkelijk droge zaadje. Maar er is zelfs een groot voordeel ten opzichte van de volgroeide plant: een kiem bevindt zich op het meest vitale moment van de groei en de voedingswaarden blijven behouden tot aan het moment van de consumptie en voedingsstoffen zijn omgezet in de meest opneembare vorm. Kortom, we hebben hier te maken optimaal levende, vitale voeding.

Weinig hedendaags voedsel vereist bij de productie zo weinig tijd, energie en kosten en levert toch zo veel voedingswaarde. ~ Ann Wigmore

Verrassende smaken, texturen en kleuren

Alle soorten zaden, granen of peulvruchten kunnen ontspruiten ze zijn echter niet allemaal geschikt voor consumptie. –Zaden van nachtschade laat je bijvoorbeeld liever achterwege.- Bekende kiemen zijn taugé (gekiemde mungbonen) en alfalfa (luzerne), maar er zijn veel meer mogelijkheden. Verrassende smaken, texturen en kleuren worden ook geleverd door ontkiemde kruiden (venkel, fenegriek), rode kool, peulvruchten (erwten asperges). Gekiemde granen worden bijvoorbeeld gebruikt in kiembrood.

Eigenlijk geldt: alle zaad dat je gebruikt in etenswaar (kruiden, pitten, noten, zaden, peulvruchten, granen) zou je eerst kunnen kiemen. Hou hierbij altijd het principe aan van eerst weken (6-8 uur), spoelen (tenminste 1 x per dag) en zorg ervoor het zaad niet in water ligt te rotten.

Laat je de spruiten verder uitlopen en worden er groene blaadjes gevormd, dan spreken we van microgroenten of cressen (zaad van kruisbloemigen zoals tuinkers, rucola, radijs, mosterd, koolrabi) Deze worden ook wel gezaaid op een medium (zoals keukenpapier).

Stil je honger

In het vroege voorjaar kan ons lijf wel wat extra kiemkracht gebruiken. De reserves en voorraden zijn inmiddels uitgeput. Er valt weinig meer te oogsten in de tuin en het duurt nog even voor de eerste oogst beschikbaar is. We hebben honger! Honger naar fris groen, de lentezon, om erop uit te gaan. Om ideeën die tijdens de wintermaanden hebben liggen sluimeren tot wasdom te laten komen.

In een moestuin verleng je het seizoen door alvast binnen voor te zaaien en gebruik te maken van een kas of serre. In een voedselbos of permacultuur tuin kun je het hele jaar door oogsten maar ook dan heb je te maken met periodes waarin de oogst minder is en zul je moeten aanvullen. Met kiemen, spruiten en microgroenten kun je het hele jaar je honger naar vitale voeding stillen, maar zeker in het voorjaar.

spruit

Boon

Ik mag een boon zijn…

Er zijn van die dagen dat je denkt: ‘hûh, ben ik nou gek?’Andere dagen weet je het zeker: nee, deze keer niet. dit is gewoon raarrrr….

Zo las ik laatst over een proeverij waarbij food-innovators uitgedaagd werden om lekkere hapjes van gras te maken…. {laat dit even op je inwerken} Waarom zou je dat doen, hoor ik je denken. Goede vraag, inderdaad! En dan komt er een antwoord als: “De wereldbevolking groeit, en in 2050 hebben we vijftig procent meer eiwitten nodig om iedereen te voeden.” Tegelijkertijd stuurt de overheid op minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten, onder meer voor het klimaat. “Plantaardige eiwitten komen nu vaak van soja-plantages in Zuid-Amerika, wat soms ontbossing veroorzaakt.” Terwijl al dat gras dat Nederland rijk is, ook gewoon eiwitten bevat.

De meest voor de hand liggende oplossing is dus minder vlees eten (!) en meer plantaardige eiwitten.

Right. Ten eerste is de soja die ontbossing veroorzaakt vooral bedoeld als veevoer voor onze koeien en niet voor onze tofu. Dat is uiteraard zeer onwenselijk. De meest voor de hand liggende oplossing is dus minder vlees eten (!) en meer plantaardige eiwitten. Maar waarom zou dat gras moeten zijn? Er is een reden waarom koeien gras eten en wij niet. Koeien hebben namelijk 4 magen en veel tijd om dat gras om te zetten. Wij kunnen dat helemaal niet verteren. Je moet dat gras dus eindeloos in een fabriek bewerken wil je het eiwit eruit kunnen winnen. ‘Veel van de testhapjes waren dan ook nog gemaakt met spinazie-eiwit – exact hetzelfde als het eiwit uit gras of andere bladeren.’

Gebruik dan spinazie! Djeez. Of peulvruchten. Peulvruchten zijn namelijk niet alleen een hele goede eiwitbron, de planten zijn ook stikstofbinders en natuurlijke groenbemesters. De bodem wordt er dus beter van in plaats van dat je het uitput. Bovendien leveren de bloemen ook voedsel voor insekten. win win win, zou je denken.

Een van de hapjes was groene gras-mozzarella. “Het is lekker, maar het smaakt niet naar kaas, eerder naar een plantaardige spread zoals hummus”

Lieve ‘food-innovators’ teel gewoon peulvruchten, bijvoorbeeld #lupine, dan maken we daar zelf wel hummus van? Of zeg ik nu iets raars?

Het AGV’tje

En wat moet jij dan eten, zei m’n moeder. Normaal doet ze altijd wel haar best om íets ’vegetarisch’ klaar te maken als ik kom. Of we eten vis, de enige niet-vega optie die ik me een paar keer per jaar veroorloof en wat we allemaal lekker vinden. Maar wat nu dan? Zíj aten aardappels met gestoofde rode kool, appeltjes en een gehaktbal. – je vader eet toch het liefst gewone Hollandse kost – En zelf kreeg ik ook trek in rode kool. Maar ja, die gehaktbal, die eet ik dan weer niet.

Ineens wist ik het niet meer

Hûh, ik eet zelf toch ook wel rode kool. Hoe eet ik dat dan? Ik koop nooit vleesvervangers, zeker niet in bal of burgervorm. En eerlijk gezegd maak ik zelf ook zelden vega-balletjes. Ik, Miss Improvisatiekoken herself, kon even niks verzinnen in plaats van de gehaktbal…

Ik wijt het in de eerste plaats aan het AGV’tje: het traditionele aardappels-groente-vlees* concept waarmee velen van ons (en zeker onze ouders) zijn opgegroeid. Haal het vlees weg en je zit ineens met een ‘gat’ op je bord. Waarmee die te vullen? Nou, fabrikanten weten daar wel raad mee want de schappen liggen vol vleesvervangers al dan niet met creatieve namen.

het traditionele aardappels-Groenten Vlees (AGV) concept

‘Die vleesvervangers zijn wel mijn lifeline, hoor, zei een vriendin met drukke baan en kind, die haar best doet om vegetarisch en gezond te eten. ‘Als ik aan het eind van de dag in winkel sta, kan ik echt niet zo gauw wat anders verzinnen om klaar te maken.’ En weet je, ik snap het helemaal. Ook ik ging voor de kant en klare vega-gehaktballetjes. En dat was niet alleen voor het gemak maar ook omdat ik vast zat in het AGV’tje.

Grappig genoeg dacht ik er ook niet aan om de balletjes zelf te maken, terwijl dat toch echt makkelijk had gekund. Terwijl mijn moeder de gehaktballen draaide en braadde, had ik natuurlijk makkelijk hetzelfde kunnen doen met linzen of noten. Maar ja, en hiermee kom ik op mijn tweede punt, dit was niet mijn keuken met bijbehorende voorraad om uit te putten.

AGV, weg ermee?

Het AGV’tje is helemaal zo slecht niet. Het schijnt dat mensen daarmee meer groenten eten dan bv met een pasta of rijst gerecht. Misschien maar gewoon gaan voor aardappels – groenten en vega. Niks mis mee, als je wilt overschakelen naar een ander voedingspatroon, om gebruik te maken van dingen die je al kent. (al is het misschien niet voor jezelf, dan toch wel voor je eetgenoten).

Als ik thuis was geweest had ik misschien wel deze wortel-linzenballetjes gemaakt. Of iets in elkaar geflanst ‘van wat ik zoal in de voorraadkast kan vinden’. Maar de kans is vrij groot dat ik gewoon wat ui had gebakken met (rook)tofu of linzen als ‘gehakt’ en de ballen had laten zitten.

Wortel-linzen balletjes (vegan)*

Peulvruchten zijn een fijne basis voor burgers en ballen. De wortel levert extra groenten én een bite. Het kikkererwten meel werkt als bindmiddel.
Gang Bijgerecht, Borrelhapje
Porties 4

Ingrediënten
  

  • 75 gr linzen (bruin) of 150 gr gekookt
  • 200 gr wortel
  • 1 el Thaise rode curry pasta
  • 1 tl zout
  • 1 tl koriander
  • 4 el kikkererwtenmeel
  • 4 el sesamzaad evt deel zwart sesam
  • olie

Instructies
 

  • Was de linzen en kook ze in 15-20 min. gaar (uiteraard kun je ook gekookte linzen gebruiken)
  • Was en rasp de wortel fijn
  • Doe alle ingredienten (muv het sesamzaad) in een keukenmachine en maal totdat je een korrelig mengsel hebt
  • Vorm 8 balletjes of burgertjes
  • Vul een soepbord met het sesamzaad en rol de balletjes erdoor totdat ze helemaal bedekt zijn
  • Laat de balletjes tenminste 20-30 minuten opstijven in de koelkast
  • Verhit een koekepan, doe de olie erin (bodembedekkend) en bak de ballen rondom bruin. (eventueel in gedeelten, de pan moet niet teveel afkoelen)

Notities

Bij grote hoeveelheden kun je de balletjes ook in de oven bereiden. Je mist dan wel de ‘gebakken crunch’.
*Recept van Joke Boon uit de vega-optie

Op weg naar…

On the way to PlanetProof… staat er op de melkpakken. Wat een stomme slogan vind ik dat. Planetproof is dat net zoiets als waterproof? Moeten we ons beschermen tegen de planeet? En wat is dat: on the way. Zodra je maar één stapje hebt gezet ben je al on the way, dus hoe ambitieus is dat? Dat net zo iets als het ‘Beter leven’….

Continue reading “Op weg naar…”

Leve de oogst

Augustus is de oogstmaand. En dat zullen we weten ook! Alhoewel sommige groenten minder groeien door warmte en droogte, groeien anderen juist uit tot enorme exemplaren. Met name de vruchtgewassen doen het erg goed. Tomaten, komkommer, aubergine, courgette maar ook sperziebonen, snijbonen, zomerbietjes, mais en zelfs de pompoen is al gesignaleerd. En wat doen we dan als we deze overvloedige oogst niet meer kunnen weg eten? Inmaken, natuurlijk. Maar ook, invriezen, drogen, zouten, fermenteren… We zouden bijna vergeten dat er heel veel bewaarmethoden zijn. Lang leve de oogst!

Continue reading “Leve de oogst”

Op smaak

Ben jij er zo een die alleen maar zout en peper gebruikt in je keuken? Omdat je eigenlijk niet weet wat je aan moet met kruiden? Dat is jammer want met kruiden geef je een extra dimensie aan je eten. Je geeft niet alleen smaak aan een gerecht waardoor dit aantrekkelijker wordt maar kruiden kunnen ook bijdragen aan een betere vertering, vermindering van zoutgebruik en gevoel van voldoening. En daarvoor hoef je niet alleen je keukenkastje open te trekken.

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘kruiden’ in de keuken? Allereerst is er natuurlijk het gebruik als werkwoord. In de volksmond hebben we het over kruiden in de zin van ‘op smaak brengen’. En ja, dat gebruiken we ook voor zout, dat een mineraal is en geen plant. Maar het werkwoord komt natuurlijk van ‘kruid’: een plant of plantdeel dat een specifieke smaak of geur aan iets geeft.


Kruid of specerij?

Strikt genomen is een kruid een plant met een ‘niet-houtachtige’ stengel, meestal uit een gematigd klimaat. Denk bijvoorbeeld aan peterselie, basilicum en oregano. Gebruikt in de keuken, noemen we het een keukenkruid. Daarnaast kennen we ook specerijen. Hiermee wordt meestal verwezen naar een plant uit andere, voornamelijk tropische klimaten. Van deze planten worden ook de wortels, zaden, peulen, bast, bloemknoppen of meeldraden gebruikt. Daarmee zijn we er niet. Want wat te doen met rozemarijn (een houtachtige plant) of laurierblad, of koriander waarvan we zowel het blad als zaad gebruiken. Het is wat mij betreft zinvoller om onderscheid te maken tussen de verschijningsvorm, vers of gedroogd, want dat is wel bepalend voor hoe je het kruid gebruikt. Maar daarover straks meer…

En laten we het dan allemaal scharen onder de term ‘Smaakmaker’, dat omvat dan ook gelijk zout en zuur (azijn) en andere niet-plantaardige substanties die smaak aan ons gerecht geven.


Smaak

Een gerecht goed op smaak brengen is belangrijk in de keuken. Maar waarom eigenlijk? Smaak is een van onze vijf zintuigen. Samen met ‘reuk’ zorgt het ervoor dat we bepalen wat we wel of niet kunnen eten. Een gerecht goed op smaak brengen zorgt ervoor dat het eten aantrekkelijk is. We krijgen zin. Een goede balans van smaken versterkt het genot, geeft voldoening en zorgt voor een betere vertering. In de keuken noemen ze dat wel: de smaak rond maken. Marion Pluimes heeft dat in de vega-checklist op een mooie manier weergegeven in de vijf-smakencirkel. Het idee erachter is dat je de vijf smaken allemaal aan bod laat komen. Daarmee creëer je harmonie in je maaltijd of gerecht en dat geeft voldoening.

De vijf-smakencirkel

De vijf basissmaken kennen we natuurlijk allemaal: zoet, zuur, zout, bitter en umami1. Ze hebben allemaal een andere functie en werking in ons lijf. Bovendien versterken ze elkaar.

  • Zoet verwijst naar energetische waarde, een basisbehoefte die ons met de moedermelk al wordt ingegeven.
  • Zout (natrium) is van nature een smaakmaker enhebben we nodig voor de vochtregulatie in ons lichaam en spierspanning
  • Zuur bevordert de spijsvertering, bevochtigt en werkt dorstlessend.
  • Bitter is eetlustopwekkend, geeft droogte, werkt ontstekingsremmend, heeft een verkoelend effect
  • Umami is een van oorsprong Japans woord dat ‘heerlijkheid’ of ‘hartig’ betekent. Umami verhoogt de speekselafscheiding en versterkt de zoute en zoete smaken.
Spelen met smaken

Het lijkt raar om alle smaken terug te laten komen in een gerecht of maaltijd, toch doen we dat al. Denk bijvoorbeeld aan het snufje zout in gebak of een kaneelstokje (zoet) dat je laat meetrekken in een stoofpotje. Door bewust alle smaken aan bod te laten komen, breng je je gerecht naar een hoger niveau en maak je het echt af. Het mag duidelijk zijn dat we daarvoor veel meer tot onze beschikking hebben dan de gebruikelijke kruiden of specerijen uit een potje. Vele (samengestelde) producten vertegenwoordigen een of meerdere smaken en komen (soms) uit onverwachte hoek. Zo weten we allemaal dat grapefruit bitter is, maar pure chocola of kurkuma is dat ook. En een scheutje diksap is zowel zuur als zoet en vaak net voldoende om een soep op smaak te maken. Onderstaand lijstje is niet uitputtend maar slechts bedoeld als inspiratie om eens mee te experimenteren.

zoetSuiker, fruit, stroop, zuidvruchten, kaneel, honing, diksap
zoutZout, olijf, kaas, miso, zeekraal. bleekselderij
zuurCitroen, azijn, yoghurt, cranberry, augurk
bitterCitroenschil, kurkuma (geelwortel), salie, laos, andijvie, witlof, pure chocolade, bier, zwarte thee, amandel, cacao
umamiSojaproducten: tamari, miso, tempeh; Groenten: wortel, bataat, tomaat, selderij; Kaas: harde-, oude kaas; Zeewier: kombu, nori, kelp; paddenstoelen; ei, pijnboompitten
Bron: Vega checklist

Gebruik
Gaan we nu alles lukraak bij elkaar gooien? Nee, natuurlijk niet. Het gaat erom dat alle smaken op de een of andere manier vertegenwoordigd zijn. Met de hoeveelheid en verhoudingen kun je gaan spelen. Begin met het hoofdbestanddeel van je gerecht (dat van zichzelf natuurlijk al een bepaalde smaak heeft) en ga daaraan toevoegen. Tip: voeg zout als laatste toe. Je zult zien dat je van zout veel minder gebruikt als de rest van de smaken in balans is.

Nog even over het gebruik van kruiden en specerijen.
Harde, gedroogde kruiden of specerijen (zoals korianderzaad, peper, nootmuskaat, kaneel, anijs) koop en bewaar je het liefst in het geheel en niet als poeder. Zo behoud je het beste de smaak en geurstoffen. Door de kruiden/specerijen eerst te verhitten, komen er aromatische stoffen vrij en verhoog je de smaak nog meer! Dus eerst de kruiden/specerijen roosteren in een droge pan en dan malen in vijzel of koffiemolen. Heb je al poeder, verwarm dan in olie of boter tot het gaat geuren. Je kunt de hele kruiden/specerijen ook mee laten trekken in het gerecht. Geef ze de tijd om hun smaak en geurstoffen af te geven.
Bij verse kruiden (blad en stengel) is het precies andersom: deze voeg je pas op het laatst toe en laat je niet meekoken/bakken. Snijd ze ook pas op het laatst om alle goede smaak- en geurstoffen te behouden.


Je snapt dat je dat potje met gedroogde peterselie of dille-dat-al-jaren-in-de-kast staat, gerust weg kunt gooien. Dat kan (veel) beter. Veel speelplezier!

Dit artikel is verschenen in nummer 31 van Permacultuur magazine.

Koe – melk

Tja, wat doe je dan als je als vegetarische eko kok gaat koken op een biologisch melkvee bedrijf? Dan gebruiken we de producten van het bedrijf, natuurlijk, maar dan ook helemaal. Dus: het vlees, de melk, het graan/brood en de aardappels die op de Ekoboerderij Arink voortgebracht worden*. De seizoensgroenten waren een mix van ‘oud en nieuw’ ofwel winter bewaargroenten, fris lentegroen en zoveel mogelijk verse kruiden en bloemen uit de tuin.

Op 29 april j.l. kookte ik samen met kookmaatje en oud-studiegenoot Irma Vreeman het boerderij diner bij Ekoboerderij Arink in de Achterhoek. Studenten van de opleiding Natuurvoedingskunde van academie Kraaybeekerhof en de Groene Kookacademie kookten met ons mee.

Biodyneren

Het boerderij diner vond plaats in het kader van het project biodyneren van de BD-Vereniging. Vooraf aan de maaltijd krijgen de gasten een rondleiding over het bedrijf. Tijdens het diner vertelt de kok welke afwegingen er gemaakt worden om de producten optimaal op het bord te krijgen. Dit jaar doen zo’n twintig boerderijen mee aan het project. – Kijk hier voor meer informatie en data-

En hoe ziet zo’n menu er dan uit als de belangrijkste producten van het bedrijf (rund)vlees en melk zijn en je de principes van de natuurvoeding – vers, puur, eerlijk, duurzaam– hanteert?

Menu
  • Ontvangst
    • Welkomstdrankje gemaakt van melkwei (overgehouden van het maken van panir)
    • Amuse van rode biet en hangop (uitgelekte yoghurt)
  • Vooraf
    • Brood met lenteboter
    • Bloemkoolsoep met daslook olie
    • Pickle van aardpeer
  • Hoofd
    • Runderstoof / Curry met panir
    • Geroosterde spitskool met rode ui
    • Lentesalade met asperges, raapsteel en radijs en eetbare bloemen
    • Aardappelpuree met blokjes zoete aardappel
  • Dessert
    • Amandel-sinaasappeltaartje
Vega of vegan?

Heel vaak wordt gedacht dat de natuurvoeding vegetarisch of veganistisch is. Dat is niet persé zo. In het kader van de duurzaamheid is het uitgangspunt wel zoveel mogelijk plantaardig. Voor een volwaardig dieet is het raadzaam om zowel dierlijke als plantaardige eiwitten te eten of anders aan te vullen met supplementen. Helaas zijn plantaardige alternatieven vaak overbewerkt en niet echt duurzaam te noemen. Zelf kies ik er voor vegetarisch te eten en mijn dierlijke eiwitten te halen uit ei, yoghurt en (spaarzaam) kaas. Zo krijg ik toch voldoende voedingstoffen binnen en hoeven er geen dieren gedood te worden voor mijn dieet. Of wel?

Er zit namelijk wel een flinke adder onder het gras of liever gezegd meerdere. Koeien produceren alleen maar melk als ze kalveren en dat doen ze natuurlijk niet vrijwillig. En die melk is natuurlijk niet voor humane consumptie maar ‘eigenlijk’ bedoeld voor het kalf. Die op haar beurt weer alleen opgefokt wordt om nog meer melk te produceren. De stiertjes produceren geen melk en gaan direct de destructie in (want nutteloos) of worden na 8 maanden geslacht voor het vlees. Dit vlees gaat bijna allemaal naar het buitenland, omdat in Nederland relatief weinig kalfsvlees wordt gegeten. In de intensieve veehouderij leidt dit tot onvoorstelbaar dierenleed waarbij koeien letterlijk uitgemolken worden, afgedankt als ze niks meer opleveren en tijdens hun leven nauwelijks hun natuureigen gedrag kunnen vertonen.

geen kalf = geen melk

Gelukkig gaat het er bij de extensieve veehouderij, zoals bij Arink heel anders aan toe maar ook hier geldt: geen kalf = geen melk. Het gedode dier zit niet in je melk of kaas maar is indirect wel gedood voor je kaas. Dus, als je melk / yoghurt gebruikt, is vaak het argument, dan moet je ook het vlees eten.

Ik ben het daar niet mee eens: dierlijk eiwit zoals rundvlees is een kostbaar goed en is enorm belastend voor ons milieu (methaan uitstoot, landgebruik). We kunnen ons niet veroorloven daar lichtzinnig mee om te gaan. Bovendien is de hoeveelheid eiwitten die we consumeren veel hoger dan nodig en gewenst. Mijn zuivelgebruik wordt dus meer dan gecompenseerd door de vleesconsumptie van anderen het is niet nodig daar nog meer vlees tegenover te zetten.

Een ecologisch duurzame melkveehouderij, zoals bij Arink, is alleen mogelijk als we onze vlees-, melk- en kaasconsumptie heel drastisch omlaagbrengen

Voor ons menu hebben we ervoor gekozen om de melk om te zetten in verse kaas (panir) naast het rundvlees. Kaas is weliswaar vegetarisch** maar is net zo inefficient als vlees: voor 1 kg vlees is ~ 5 kg planten nodig en voor 1 kg kaas ~10 liter melk. Panir, ofwel verse kaas, is dan de meest ecologische keuze. Het is makkelijk zelf te maken en je houdt ongeveer 2,5 kg kaas over van 10 liter melk. Het uitlekvocht, de wei, ziet er een beetje groenig uit. Het bevat hele waardevolle voedingsstoffen zoals alle B-vitamines. Dat gaan we natuurlijk niet weggooien! Je kunt het vocht heel goed gebruiken als basis voor soep, pannenkoekenbeslag of om graan in te koken. In ons menu hebben we de melkwei ook gebruikt voor het welkomstdrankje. Het bleek verrassend lekker! De rest ging in de soep, de curry en naar de varkens!

* Belangrijkste filosofie van de Ekoboerderij Arink is zoveel mogelijk een natuurlijk systeem volgen. Gebruik maken robuuste rassen en systemen zodat je geen ‘kunst’grepen hoeft toe te passen en zoveel mogelijk de kringlopen sluiten. Veevoer wordt op eigen grond verbouwd: de koeien grazen een gras-klaver mengsel en krijgen granen (rogge-haver) als krachtvoer. Het stro wordt vervolgens gebruikt als strooisel en rest graan gebruikt om brood van te bakken. De melk wordt grotendeels verzuiveld of als rauwe tapmelk verkocht in de boerderijwinkel waar ook het rundvlees te verkrijgen is. Lees hier meer over de filosofie achter de boerderij .

** Niet alle kaas is vegetarisch. Soms wordt lebmaag van een kalf gebruikt om te stremmen en ja, die moet eerst dood zijn voor je dat kunt gebruiken. Wij gebruiken yoghurt of citroenssap om de panir te maken.