Bleekselderij

De meeste mensen kennen bleekselderij wel als toevoeging in salades, sauzen of soep. Of gebruiken de stengel om te dippen en als roerstokje in een cocktail . Er zit veel kalium en natrium in bleekselderij en dat geeft een hartige, zoute smaak aan een gerecht. Je kunt het dus heel goed gebruiken als een natuurlijke zoutvervanger. Selderij zout is een mix van zout met selderijzaad. Geeft net een ander accent aan je gerecht.

Als groente is de bleekselderij minder bekend, maar deze wokschotel is simpel en verrassend lekker als bijgerecht. Met gember, sesam en knoflook is het een klassieke combinatie met oosterse gerechten.

Gewokte bleekselderij met knoflook en sesam
  • Verwijder de onderkant van een bos bleekselderij en was de groente. Trek vanaf de onderkant eventuel draden eraf en snijd de stengels in stukjes. 
  • Pel een ui en knoflooktenen en snijd deze zo fijn mogelijk. Rasp een centimeter verse gember.

Verhit een wok op hoog vuur, verhit een scheut zonnebloemolie zodra de wok begint te roken. Bak hierin de fijngesneden ui, knoflook en gember en voeg daarna de stukken bleekselderij toe. Bak nog even door, de bleekselderij is het lekkerste als deze nog een beetje knapperig is. Breng op smaak met peper, zout, sesamolie, sojasaus en een snuf chilivlokken.

Serveer als bijgerecht en maak af met sesamzaadjes. Eet smakelijk!

bleekselderij

Knoflook

Een knoflookbol groeit als een bloembol. Je stopt in het najaar simpelweg een teentje in de grond, deze haalt voeding uit de aarde en vormt een bol. Uit de bol groeit een knoflookbloemstengel met bladeren en na verloop van tijd groeit er zelfs een bloem uit. De bloemstengel wordt er bij het telen vaak uitgehaald zodat de plant alle energie verder stopt in het vormen van de knoflook bol. De groene sprieten van de knoflook kun je ook eten en worden in bosjes aangeboden als bosknoflook. Laat je de bollen verder groeien dan ontwikkelen zich de tenen. De knoflook wordt met het loof gebonden tot strengen en zo opgehangen om te drogen.

Je kunt dus alles van de knoflook eten en in verschillende stadia van de groei! De worteltjes kun je als smaakmaker frituren en over de salade strooien. De jonge verse sprietjes gebruik je liefst rauw en fijngesneden door omelet, soepen en salade. De stevige bloemstengels maalden we in de keukenmachine met wat goede olijfolie, citroen en zout tot een heerlijk frisgroene pasta. Wat een ontdekking! Hoe meer olijfolie je toevoegt, des te milder de pasta wordt.

  • bloemstengel knoflook
  • knoflook fijnsnijden
  • groene prut
  • knoflookpasta in pot
Van sterk naar zoet

Rauw is de smaak van knoflook het sterkst. Hoe langer de knoflook gegaard wordt hoe zachter de smaak. Op een gegeven moment wordt ‘ie zelfs zoet. Een echte sensatie is gepofte knoflook uit de oven. Hiervoor verpak je de hele knoflookbol in aluminiumfolie en rooster ze ongeveer 20 minuten in de oven op 180C. Laat de bol afkoelen. De teentjes zijn nu helemaal zacht geworden en kun je zo uitknijpen op een toastje of als vervanger van saus gebruiken.

Knoflook fermenteren

Fermentatie-expert Peter van Berckel laat zien hoe je knoflook (en andere ui-achtige) kunt fermenteren.

Gekarameliseerde knoflooktaart

Deze taart is van groente kok Ottolenghi. Schrik niet, er gaan maar liefst 3 bollen knoflook in! Maar door het blancheren en karameliseren wordt de smaak een stuk zachter. Het blijft nog wel knoflooktaart natuurlijk! Probeer maar. Ik heb de taart gemaakt met korst deeg, maar je kunt ook gewoon bladerdeeg gebruiken

Deeg: Maak een korstdeeg volgens het basisrecept: meng 200 gr bloem, 100 gr (geraspte) koude boter, snuf zout met je handen tot het gaat kruimelen. Voeg het grootste deel van een geklutst ei toe en zoveel koud water totdat je een bal kunt vormen. Zet afgedekt in de koelkast tot gebruik.

Knoflook karameliseren
Neem 3 bollen knoflook teentjes, gescheiden en gepeld. Kook ze ong. 3 minuten in een pannetje met water. Giet af. Droog de pan.
Doe de teentjes terug in de pan en voeg 1 el olijfolie toe, bak de teentjes ong. 2 min. op hoog vuur.
Voeg 2 el balsamico-azijn en een scheut water toe, breng aan de kook, draai het vuur dan laag en laat nog zo’n 10 minuten zachtjes pruttelen.
Voeg 1 el kristalsuiker, 1 takje verse rozemarijn fijngehakt, 1 takje verse tijm fijngehakt en een snuf zout toe aan de vloeistof. Laat nog eens 10 min. op halfhoog vuur pruttelen totdat vloeistof vrijwel is verdampt en knoflook met dondkere karamelsiroop is bedekt.

Verwarm de oven op 160 C
Haal het deeg uit de koelkast en rol deze uit tot een dunne lap. Bekleed een ingevette quichevorm van 28 cm bedekt met het deeg.

Breek of rasp 150 gr verse geitenkaas en 150 gr harde geitenkaas en verdeel dit over de taartbodem. Schep de knoflookteentjes met de siroop hierover heen totdat het gelijkmatig bedekt is. Klop in een maatbeker 2 eieren, 100 ml kookroom, 125 gr crème fraiche en zwarte peper tot een maasa en giet het over de taartvulling.

Bak in de oven op 160 C zo’n 35-45 minuten totdat de taart stevig en de bovenkant goudbruin is. Garneer met toefjes tijm

Vegan rendang

Rendang is een klassiek Aziatisch stoofgerecht en deze maken we met … spitskool! Nou ja, meestal gebruik je voor rendang rundvlees (randang dagiang) maar je kunt ook jackfruit, cassave, paddenstoelen en spitskool dus gebruiken. Het vlees of de groente wordt gekookt in kokosmelk (santen) en kruiden. In de traditonele ‘droge’ variant kook je de saus helemaal in, vervolgens bak je de rendang. Dit kan wel uren duren bij vlees: de kruiden zijn dan helemaal goed ingetrokken en het vlees wel maanden houdbaar. Voor spitskool is dat niet nodig en gebruiken we de zg natte bereidingswijze (kalio). Zorg dan wel dat je kruidenmengsel goed op smaak is omdat het minder lang de tijd heeft om in te trekken.

Je kunt het jezelf nog makkelijker maken en het kruidenmengsel (de boemboe) kant en klaar kopen….

Of je niet laten intimideren door de lijst met ingrediënten en de boemboe lekker zelf maken. Moeilijk is het niet en ik ben zelf altijd verbaasd hoeveel lekkerder het smaakt met verse kruiden. In deze vega variant zitten als extra cashewnoten, die horen uiteraard niet tot de boemboe maar zijn toegevoegd voor de voedingswaarde. Je kunt ze ook weglaten.

Boemboe Rendang
boemboe zelf maken

3 sjalotten, 2 tenen knoflook, 4 cm verse gember, 1 el gesneden rode peper of sambal oelek, (75 g gezouten cashewnoten), 2 tl kurkuma (geelwortel), ½ tl gemalen komijn*, 1 tl gemalen korianderpoeder*, 1 tl gemalen laos (* -gebruik gedroogde kruiden en maal ze eventueel eerst zelf om ze goed te kunnen mengen)

Pel / schil de sjalotjes, knoflook en gember, snijd zo nodig in stukjes en doe in keukenmachine samen met de peper (sambal), cashewnoten, kurkuma, komijn en koriander. Maal tot een gladde boemboe. Dit duurt 2-3 min.

Vegan rendang met spitskool
  • boemboe rendang (zie boven)
  • 2 el zonnebloem of arachideolie
  • 400 ml kokosmelk (blikje)
  • 50 g kokoscream (santen) > kan eventueel weggelaten
  • 1½ el bouillonpoeder
  • 2 stengels citroengras (sereh)
  • 1 limoen (of gedroogde limoenblaadjes (djeroek poeroet))
  • 1 verse spitskool* ook te maken met witte, Chinese of savooiekool
  • 300 g kastanje champignons / paddenstoelen mix

Verhit de olie in een braadpan en bak de boemboe 3 min. op laag vuur. Voeg de kokosmelk en kokoscrème toe en de bouillonpoeder (of gewoon peper/zout). Snijd de stengels sereh een paar keer in de lengte in en leg in de saus. Snijd de limoen een paar keer in en leg ook in de saus (laat de parten aan elkaar zitten, zo haal je ze er makkelijk weer uit) of gebruik de gedroogde limoenblaadjes. Laat de rendangsaus een half uur zachtjes koken zonder deksel op de pan. Haal de sereh en limoen uit de saus.
Snijd ondertussen de spitskool in kwarten, snijd de harde kern eruit en snijd de kool in repen. Snijd of scheur de champignons of paddenstoelen in stukken. Verhit olie in een wok en roerbak de kool en paddenstoelen 5 min. Voeg dan toe aan de rendangsaus en laat nog 10 min. zachtjes koken. Breng eventueel op smaak met peper en zout.

Njom Njom Njom!

Wij aten deze vegan rendang met vegetarische nasi, atjar van de Oosterwaarde en gefermenteerde bloemkool als tafelzuur.

Basis recept: salade

Sla! Na de raapstelen en de eerste spinazie komt nu de eerste sla uit de kas. Heerlijk. Je zou bijna vergeten hoe het is om zo’n verse krop klaar te maken en niet een plastic zakje open te trekken. Vroegûh aten we kropsla als groenten met een zachtgekookt eitje erover (en dressing uit een vies flesje, niet alles was beter).


Tegenwoordig eten we sla vooral als rauwkost, erbij, en dat is helemaal geen slechte gewoonte. Zeker niet als je dat aan het begin van de maaltijd serveert: gaan de spijsverteringssappen lekker van stromen. In de natuurvoeding adviseren ze om een derde tot de helft van je voeding rauw te consumeren! Dus, ‘eat your heart out’ met salade, maar laten we het iets spannender maken.

Alle (groene) blaadjes tellen mee

Beperk je vooral niet tot de geeïgende sla-soorten, al is daarin ook al een hoop variatie. Gebruik gerust ook het groen van je groenten, zoals van de radijs, biet, wortel of bloemkool (ja, echt!). Ook verse kruiden geven een lekker smaakaccent en zeker in het vroege voorjaar is er ook al veel in je tuin of in het wild te vinden (bladzuring, melde, daslook, zevenblad of paardenbloem)

Andere groenten

We kennen de komkommer, radijs, tomaat en paprika als rauwkost, maar eigenlijk kun je bijna elke groenten rauw eten. Kwestie van het in verteerbare hapjes verwerken. Dus: geraspte wortel, pastinaak of rammenas, heel dun gesneden kool of spruitjes, fijne ringetjes ui of prei, kleine roosjes bloemkool. Vind je dat nog te heftig, dan kun je de groenten ook even blancheren (onderdompelen in kokend water); masseren met zout of overgieten met zuur. Het is leuk als je varieert met smaak, vorm en kleur.

Niet alle groenten kun je rauw eten. Peulvruchten, aardappelen, aubergines, rabarber, paddenstoelen (muv champignons en shii take) en artisjok zijn niet goed verteerbaar, bevatten giftige stoffen of smaken gewoon niet goed rauw.
Maaltijd

Een echte maaltijdsalade maak je met extra vulling van noten, granen en/of peulvruchten. Altijd handig om een voorraadje in de koelkast te hebben of restjes te verwerken. Linzen zijn bijvoorbeeld een heerlijke basis voor salade. Gebruik dan wel de groene (Lepuy) of zwarte (Beluga) linzen, die blijven heel na het koken.

Aankleding

Versier je salade met pitjes en zaden (eerst even roosteren, dat maakt het echt lekkerder!) en met eetbare bloemen maak je er helemaal een feestje van. Wat ook lekker is: geroosterde boekweit (kasha) fruit of kiemen. Maar het hoeft niet allemaal en altijd.

Dressing

Pure rauwkost is echt konijnenvoer. Met een goede dressing maak je er pas echt een ‘culinair hoogstandje van. Maak de dressing eerst: dan kunnen de smaken zich goed ontwikkelen. Doe m pas als laatste over de (blad)sla want die verlept namelijk erg snel. Beter nog meng ‘m helemaal niet door de sla. Je kunt het restant dan nog goed bewaren in de koelkast (dat geldt voor zowel de sla als de dressing!) Voor wat hardere kool of wortelsoorten geldt dat overigens niet: die mogen best een tijdje ‘marineren’.

Een basis vinaigrette (dressing op basis van azijn) is
4 el olie op 1-2 el azijn, 1 tl mosterd (voor de binding) en peper/zout.
Roer eerst de mosterd en azijn door elkaar, voed dan pas al kloppend de olie toe.

Voor bladsalades gebruik ik graag dit recept van de Groene Kookacademie. Maak gelijk een flinke hoeveelheid. Je kunt deze in een afgesloten fles zeker 2-3 weken in de koelkast bewaren. Het vergemakkelijkt het eten van sla enorm als je zo je zelfgemaakte dressing uit de koelkast kunt pakken.

  • 200 gr vruchtengelei (of jam) bv bessen
  • 100 ml witte balsamico azijn
  • 200 ml zonnebloem- of sesamolie
  • 1 el mosterd
  • 1 el zwarte peper (vers gemalen)
  • 1 el zout
  • 1 klein teentje knoflook

Knoflook met zout fijnmaken of persen; alle ingredienten (behalve de olie) goed mengen. Tot slot pas de olie toevoegen.

Sander van Tuinderij de Overkant in Twello heeft heel wat sla geplant dus zoek je nog extra mogelijkheden voor het verwerken van sla:
– gebruik de blaadjes als wrap of
– (als je er helemaal in omkomt) is er altijd nog slasoep. De beste uitvinding ever!

Loempia met chilisaus

Altijd fijn als een zelf geknutseld gerecht simpeler, lekkerder en ook nog eens gezonder is dan het origineel. En dat is het geval met zowel de loempia als de chilisaus. Eenvoudig te maken en nu al toppers.

Groentenpakketje
In de loempia kun je ook nog eens lekker veel van je wintergroenten kwijt, maar een kant en klaar zakje roerbakgroenten kan natuurlijk ook. Wat ei erbij, eventueel wat mie(hoen) en voila je hebt gewoon een hele maaltijd. Deze loempia’s maak je met filodeeg en gaan zo in de oven. Wil je geen deeg gebruiken, maak dan een dunne omelet van het ei en wikkel je groenten daarin, uiteraard gaat het dan niet meer in de oven.

Loempia: gebruik ong. 200 gr groenten p.p. en 2 filodeeg lapjes
oven voorverwarmen op 190C

  • Laat het filodeeg ontdooien in een vochtige theedoek
  • Snij de wintergroenten in niet al te grote stukken en wok deze in de pan, net beetgaar, maak op smaak met sojasaus. Lekker zijn groenten als: kool, prei, wortel, paksoi en taugé (of andere pittige kiemgroenten)
  • Kluts 2 eieren en bak hiervan een dunne omelet, even af laten koelen en dan oprollen en in reepjes snijden (of bewaren om je groenten in te wikkelen) nb kleine blokjes tofoe zijn ook lekker.
  • Leg een lap filodeeg op een plank, kwast in met olie leg de tweede lap erboven op. Schep de groenten erop en eventueel de stukjes ei.
  • Vouw eerst de zijkanten dicht en rol de loempia dan op (kijk in dit filmpje van Chickslovefood hoe je dat doet)
  • Bestrijk de bovenkant met olie en strooi er ruim sesamzaadjes op.
  • Ong 15 min in de oven.
  • Serveer met sojasaus of met je eigen chilisaus:

Chilisaus zoet-zuur

Okee, het is nog beter om chilisaus te fermenteren, maar deze maakte ik in een handomdraai zelf om dezelfde dag nog te eten. Gebruik verse of gedroogde chilipeper, met of zonder zaad (met zaad is scherper). Hieronder het originele recept van Piens keuken. Zelf heb ik gewoon suiker gebruikt, en nog wat gember-, en granaatappelsiroop en zo nog wat dingetjes die me wel lekker leken…

  • 3 Spaanse pepers, 2 teentjes knoflook
  • 190 ml water,
  • 50 ml agavesiroop of honing, suiker
  • 75 ml appelazijn
  • zout
  • 1 el maiszetmeel / maizena en water om te binden

Hak de peper en knoflook fijn in een vijzel of keukenmachientje; zet water op met siroop/honing/suiker, appelazijn en voeg de chilli met knoflook toe; laat minstens 4 minuten koken.
Meng de maizena met een beetje water en roer tot een papje, voeg aan de kokende vloeistof toe en roer totdat het een beetje gebonden is. Schenk de chilisaus in een flesje.