Panna cotta met knolselderij

Panna cotta is een zijdezachte ‘pudding’ die je maakt met room -de naam betekent ook ‘gekookte room’- Oorspronkelijk een klassiek Italiaans desserts dat eenvoudig te maken is. Aan het basisrecept kun je van alles toevoegen of bij serveren. Door de romige structuur is knolselderij uitstekend geschikt om erin te verwerken (evenals bloemkool, witte asperges, pompoen, kaas etc.). Het leuke aan dit gerechtje is dat je het zowel zoet als hartig kunt maken. En dus ook als voor-, bij of nagerecht kunt serveren.

Zowel zoet als hartig te maken
Gelatine of agar-agar?

In de vegetarische keuken gebruik je agar-agar in plaats van gelatine. Agar is op plantaardige basis en verkrijgbaar in poedervorm. Je hoeft maar heel weinig te gebruiken, dat maakt het lastig te doseren. Je voegt de agar-agar aan een kokende vloeistof toe (vanaf 85oC) en kookt het dan nog 1 minuut door. Gelatine is verkrijgbaar in blaadjes, deze week je eerst in koud water. Na het weken, knijp je de blaadjes uit en dit los je op in een hete vloeistof. Daarna kun je het niet meer koken.

Lekker wiebelen

De kunst van een goede panna cotta is om net genoeg geleermiddel te gebruiken om hem niet in te laten storten, maar zeker niet te veel. Het puddinkje mag na het storten lekker wiebelen. Gebruik een metalen vormpje en doop deze even in heet water om de puddinkjes goed uit de vorm te krijgen. Vind je dat teveel gedoe? Dan kun je de panna cotta ook in een glaasje serveren. In dat geval kun je iets minder geleermiddel gebruiken.

Basisrecept
  • 200 gram knolselderij
  • 400 gram slagroom (of 200 gr slagroom en 200 gr melk)
  • 5-10 gram honing
  • 5-10 gram mosterd (weglaten bij zoete variant)
  • 3 blaadjes gelatine of 1/2 tl agar-agar
Bereiding

De knolselderij schoonmaken en in kleine stukjes snijden. Gaar de knolselderij in de melk en de slagroom (85˚C ongeveer 20 minuten, niet koken). Knolselderij, honing en mosterd blenderen of heel goed staafmixen. Proef of er nog wat honing of mosterd bij moet breng op smaak brengen met peper en zout.

  • met agar-agar: het roommengsel aan de kook brengen, de agar-agar toevoegen en al roerende 1 minuut laten koken.
  • met gelatine: de gelatine weken in ruim water. Knijp de gelatine uit en roer door het mengsel. Laat even afkoelen.

Giet het room mengsel nu in vormpjes of glaasjes. Laat een paar uur in de koelkast op stijven of zet ze in de vriezer als je ze later wilt storten. Haal voor serveren uit de koelkast of vriezer en laat op kamertemperatuur komen.

Hartige pannacotta:

Afmaken naar keuze met gefrituurde knoflookschijfjes en druppels hazelnoot-, truffel of pompoenpitolie. Serveer als voor- of bijgerecht.

Zoete pannacotta:

Serveer met koffielikeur en / of noten-, koekkruim of fruit

Spruiten spektakel

Er was een tijd dat ik er niet aan moest denken om spruiten te kopen laat staan zelf klaar te maken. Een groenten abonnement bracht daar verandering in. Tegenwoordig kijk ik er al naar uit en aarzelde niet om spruiten als feestelijk bijgerecht op het kerstmenu te zetten. Maar ook als snelle door-de-weekse-hap is het niet te versmaden.

Het geheim van een heerlijk spruitje is roosteren!

Geroosterde spruitjes smaken heel intens, zacht en zoet. Heel wat anders dan gekookte spruitjes.
Je kunt ze direct eten, maar ook de volgende dag zijn ze nog heerlijk (eventueel nog even bij
warmen in de oven). Prak restjes geroosterde spruitjes door zelfgemaakt hummus en je hebt een heerlijk broodbeleg.

Hoe dan?

Verwarm de oven op 180 °C

Was de spruiten, snijd ze in plakken en doe in een kom. Hussel door elkaar met olie en zout. Leg een bakvel op de bakplaat en spreid de spruitjes erover uit tot 1 enkele laag (gebruik anders 2 platen). Rooster 10-15 min., hussel de spruiten door elkaar en rooster dan nog 5-10 min. Let op: de spruiten moeten wel beginnen te kleuren, maar niet verbranden!

spruiten spektakel

Maar wacht. Stel nou dat je ineens een hele stronk spruiten in handen krijgt van je ‘groentenjuwelier?’ Zonde om deze zelf van de stronk te halen. De spruitjes aan de stronk zijn langer te bewaren, zeker 2-3 weken, helemaal als je deze in een vaas zet. (leuk cadeau in plaats van een bloemetje.) Bereid de spruiten aan de stronk in de oven en zet ze als spektakelstuk op tafel met kerst.

  • oven voorverwarmen op 180C
  • stronk met spruiten afspoelen, droogdeppen en op maat snijden zodat deze diagonaal op de bakplaat past. (hou eventueel losse spruitjes achter). Eventueel minder mooie blaadjes verwijderen.
  • maak een dressing met olijfolie, honing, zout en peper en bestrijk de spruiten ermee (hou nog wat achter)
  • rooster de spruiten-op-stronk in 35-40 minuten goudbruin en beetgaar*.
Extra feestelijk:

* Neem de stronk na 18 minuten uit de oven en draai de stam op de bakplaat om. Druk zachte geitenkaasballetjes tussen de spruiten-op-stam en bestrijk de balletjes met de overige marinade. Rooster de spruiten-op-stam nog 17-22 minuten in de oven tot de geitenkaas balletjes goudbruin en de spruiten geroosterd en gaar zijn. -voeg eventuele losse spruitjes toe op de bakplaat.

Rooster 50 gr pijnboompitten in een droge koekenpan.

Serveer het spruitjes spektakel op een plank of serveerschaal en garneer het gerecht met de losse geroosterde spruitjes en de pijnboompitten.

Salade schuitje

Witlof salade is hier een favoriet bij- of hoofdgerecht. Serveer de salade in het schuitje en je hebt ineens een mooi ‘fingerfood’hapje bij de borrel of een feestelijk entree.

Snijd het kontje van de stronk en haal de blaadjes voorzichtig los. We gebruiken alleen de mooiste grote blaadjes. De te kleine blaadjes kun je heel fijn snijden en door de salade mengen. Om te voorkomen dat de witlof verkleurt, bestrijk je deze eerst met citrussap. Nu kun je de schuitjes vullen met een mengsel naar keuze:

Klassiek

Een klassieke witlof salade maak je met (sinaas)appel of mandarijn (eerst even ontvliezen), walnoot en blauwe kaas. Serveer op een bedje van veldsla of winterpostelein en maak af met een dressing van sinaasappel/gember (gebruik sinaasappelsap ipv azijn) of yoghurt/mayo. Zorg voor een mooie balans van kleur en smaak.

Tonijn of ei-salade

Meng de tonijn of (hardgekookt) ei met yoghurt / mayonaise en maak op smaak. Voeg bij de eiersalade wat kerrie toe voor het kleureffect. Maak mooie bolletjes van de salade met 2 theelepels en vul de bootjes ermee. Garneer met groene kruiden en kappertjes.

Rood

Een mooi kleureffect krijg je door de witlof schuitjes te vullen met een bieten- of rode koolsalade.

salade in een schuitje

Winter postelein

De naam winter postelein suggereert dat er ook zomer postelein is. Dat klopt maar dat noemen we vaak gewoon postelein. Behalve het oogstseizoen zijn er wel meer verschillen. De winter postelein heeft een fijn steeltje en een mooie ruitvormig blaadje en eet je het liefst rauw als salade of in stamppot (met zure room en mierikswortel). Gek genoeg is de zomer postelein wat grover en taaier van structuur en vooral geschikt om gekookt te eten. Het slinkt als spinazie en heeft een friszure smaak.

Als je de winterpostelein eenmaal kent, kom je ‘m overal tegen, gewoon langs de straat of in de berm! Het is eigenlijk meer kruid dan een groenten. In de moestuin is het een geliefd wintergewas omdat het een van de weinige ‘slasoorten’ is en een welkome afwisseling met kolen en knollen.

Postelein is heel rijk aan vitamine C, ijzer en is een van de beste plantaardige bronnen van omega 3 vetzuren (dat laatste vind je voornamelijk in vis en helpt om je hart gezond te houden). Heel gezond dus. Postelein bevat het ook oxaalzuur (dat merk je aan stroeve tanden, net als bij rabarber). Dit onttrekt kalk aan het skelet dus je moet het niet te vaak eten.

postelein met bloem

Winter postelein heeft nog iets grappigs. Als het bloeit dan groeit het witte bloemetje op het blad. Je kunt het ook met bloem prima eten en het steeltje erbij. In een salade of stamppotje dus, maar als smoothie ook niet te versmaden:

Smoothie van winterpostelein, appel en honing
  • 50 gram gewassen blaadjes van winterpostelein
  • 1 fris zure appel
  • honing naar smaak
  • melk, appelsap of  yoghurt naar smaak

Doe alle ingrediënten in de blender en meng het tot een gladde smoothie. Je kunt uiteraard variëren met de ingrediënten naar je eigen smaak, zolang het hoofdonderdeel de winterpostelein is. Superpowerrrrr!

Nou, vooruit dan ook nog een salade recept:

Wintersalade

met winterpostelein, pastinaak, pompoenpitten(olie) en sinaasappeldressing.

  • rooster de pompoenpitten in een droge koekenpan en zet deze apart;
  • rasp de schil van een sinaasappel en snij de schil dik weg zodat je alleen nog een oranje buitenkant hebt. Snij partjes van de rest van de sinaasappel en vang het sap op (knijp ook de schil uit) en gebruik dit  voor de dressing; –kijk hier hoe je de sinaasappel snijdt.-
  • maak een dressing van: pompoenpitolie, sinaasappel/ citroensap, appeldiksap, mosterd, peper/zout
  • schil de pastinaak en snij deze in blokjes van ong. 1 cm; roerbak de stukjes in een beetje olijfolie totdat ze bruin en zacht zijn (ong. 10 min.); meng met de dressing en laat een beetje afkoelen
  • was en droog de winterpostelein, drapeer in een schaal en schep de pastinaakblokjes erop en garneer met de sinaasappelpartjes en pompoenpitten

Senegalese pindasoep

Met veel plezier oogstte ik voor het eerst mijn eigen zoete aardappel bij zelfoogsttuin de Overkant! Ik maakte er een van mijn favoriete gerechten van: Senegalese pindasoep met boerenkool en pindakaas! Nooit geweten dat ze in Senegal ook boerenkool eten. Maar het staat er toch echt in de Dikke Vegetariër van Marc Bittman- dé vegetarische kookbijbel – waar dit gerecht vandaan komt.

Senegalese pindasoep met zoete aardappel en boerenkool
  • Verhit olie in een pan met dikke bodem en fruit daarin: een in ringen gesneden rode ui, 1 el fijngeraspte gember en 2 flinke tenen knoflook
  • voeg 2 flinke in stukjes gesneden zoete aardappel (yam of bataat)* toe en bak even mee; blus af met ong 1 1/2 liter groentebouillon en laat even sudderen totdat de aardappels zacht zijn; {wil je er een echte maaltijdsoep van maken, voeg dan een flinke schep bulgur (of ander graan) aan toe. > let wel even op de kooktijden of gebruik anders een al gekookte variant}
  • roer er tomaten (uit blik); gewassen en in repen gesneden boerenkool* en pindakaas met stukjes noot doorheen. -Volgens recept 250 gr. boerenkool en 65 gr pindakaas, maar dit is iets waarmee je natuurlijk zelf kunt variëren.-
  • Laat nog eens zeker 10 minuten pruttelen totdat de boerenkool zacht is;
  • Nu proeven en kruiden: zout/ (cayenne) peper, chilipoeder. Lekker is ook wat kaneel erdoor en gemberstroop.
  • Garneer met wat geroosterde pinda’s

* in plaats van zoete aardappel kun je pompoen gebruiken en ipv boerenkool palmkool

(M)YAM!

Fermentatie feestje

Afgelopen zondag, 19 september gaf ik de de workshop ‘Fermenteer het seizoen’ bij Het Natuurlijk Huus in Raalte. De workshop was onderdeel van het Fermentatiefestival, georganiseerd ter ere van het nieuwe Velt-boek Groenten fermenteren: van seizoen tot seizoen. In de maanden september en oktober kun je op verschillende locaties (en online) een workshop bijwonen.

En het leuke aan zo’n fermentatie feestje is dat de deelnemers lekker gaan experimenteren. Ik had een aantal recepten uit het boek ‘Groenten fermenteren’ geselecteerd: rode biet met dille en een courgette pickle; koolrabi, venkel, zeesla; ‘zuurkool’ van wortel & prei. En kool natuurlijk want die is er volop. Maar: ipv dille had ik prachtige venkel loof; de wortels lagen nog ergens thuis, de kruidenvakvrouw Tanja Hilgers ging natuurlijk onmiddelijk op zoek naar kruiden uit de tuin van het Natuurlijk Huus ‘zouden berenklauwzaadjes goed smaken bij biet?’, die enorme savooiekool moest ook ergens verwerkt. En snijbonen, kun je daar ook iets mee? Ja dus, lekker met de paprika die iemand ook bij zich had.

zouden berenklauwzaadjes goed smaken bij biet?

Het bijzondere aan het Velt boek is dat je per groenten kunt opzoeken of je het beste de natte of de droge fermentatie methode kunt gebruiken en welke kruiden en groenten goed bij elkaar passen. En oja, ook wat je met je fermenten daarna kunt doen want dat is altijd nog een dingetje. Zo maak je van de geferementeerde courgette bv een carpaccio met amandelschilfers, boekweit korrels en geiten kaas / yoghurt of kwark. Hmmm.

Dikke chapeau Leentje Speybroeck, Emelie Heller en @SamDeWilde voor dit prachtige boek. En alle deelnemers natuurlijk die de uitdaging aangaan om hun leven te verrijken met fermenten!

Carpaccio van gefermenteerde courgette (4 pers)
  • Rooster 50 gr. amandelschilfers en 50 gr. boekweitkorrels elk apart in een droge koekenpan totdat ze gaan geuren en kleuren.
  • Schep geitenyoghurt of kwark op een bord en strijk ‘m mooi uit met een lepel
  • Laat de plakjes gefermenteerde courgette uitlekken en schik ze op de yoghurt of kwark
  • Werk de carpaccio af met kruiden en kiemen (zoals rucola, rodebietenkiemen oid), wat druppels hazelnootolie, de amandelschilfers en boekweit en een draai van de pepermolen.

September en oktober staan in het teken van fermenteren bij Velt. Tijdens het Fermentatiefestival maken heel België en Nederland kennis met deze ecologische én lekkere kooktechniek. De fermentatieworkshops- of cafés kun je op verschillende locaties bijwonen. Hier ontdek je waar en wanneer ze plaatsvinden en hoe je kan deelnemen. Workshops gemist of volzet? Geen nood! Op 25 september is de aflevering van het online kookprogramma van Velt Keukenpraatjes helemaal gewijd aan fermenteren. En natuurlijk kan je ook het nieuwe boek Groenten fermenteren bestellen en lekker thuis aan de slag gaan. Nu te koop in de webwinkel van Velt, bij je lokale Velt-afdeling voor 25 euro of 20 euro (als Velt-lid). Ook bij Keetmee te bestellen en af te halen in Deventer.

Venkel

Bestaat er een mooiere groente? En nog lekker ook met die anijsachtige geur en smaak. Eèn van mijn favorieten. Venkel is een energieke groente en ligt niet zwaar op de maag. Daarnaast past de anijs-achtige smaak goed bij warm weer en is het een groente met eindeloze mogelijkheden. Zowel de loof, knol als zaad kunnen verwerkt worden in gerechten. Venkel is met name in landen rond de Middelandse zee een veel gebruikte groente en combineert heel goed met gestoofde tomaat en sinaasappel. Vandaar hier twee frisse recepten voor een mooie nazomer.

Hoe maak je het schoon?
  • Het fijne dilleachtige loof eraf halen. Niet weggooien! Je kunt het als kruid weer toevoegen of er thee van trekken.
    Van de stengels kun je goed bouillon trekken of anders apart fijn snijden.
    Eventuele bruine plekken van de knol verwijderen, deze zijn bitter. 
    De rest van de knolvenkel in de lengte in vieren snijden: nu kun je de wortelaanzet makkelijk wegsnijden, eventueel de stukken nog in fijnere repen van ongeveer 1-2 cm snijden of heel fijn schaven als je de venkel rauw gaat eten.
Wat doe je ermee?
  • rauw: fijn gesneden als salade, lekker met sinaasappel/mosterddressing 
  • koken met water en zout: ongeveer 10-15 minuten
  • smoren: in vispakketje in de oven
  • stoven: eerst aanbakken in de pan en dan vocht toevoegen (bouillon of witte wijn)
  • grillen: besmeren met olijfolie en in de grillpan of in de oven
Mediterraan Stoofpotje

Voor dit recept gebruik je een combinatie van grillen en stoven: de venkel in een pan met dikke bodem in een beetje olijfolie aan een kant goed bruin laten worden (eventueel in gedeeltes doen), uitje erbij, dan wat superrijpe tomaten erbij doen en zwarte olijven. Wat vocht toevoegen (balsamico azijn of wijn), 15-20 minuten laten stoven (met deksel op de pan). Eventueel kun je er een blikje tonijn door doen of wat feta kaas overheen kruimelen. Op smaak maken. Het fijne venkelloof op het allerlaatst eroverheen draperen.

VenkelSalade met gember / sinaasappeldressing

Stevige smaken die goed bij elkaar passen. Deze dressing past ook heel goed bij witte, rode of chinese kool en andijvie.

  • verhit een laagje olie in een klein pannetje, frituur hierin dunne schijfjes verse gember tot ze krokant zijn, vis de stukjes eruit en laat uitlekken
  • fruit een kleingesneden sjalotje zachtjes in de overgebleven olie, blus af met het sap van een sinaasappel (of rode grapefruit). Haal het pannetje van het vuur en roer er wat honing en peper en zout bij
  • schep de nog lauwe dressing door de fijngeschaafde venkel en laat dit even intrekken (bij de wat hardere rauwe groenten, zoals venkel en kool mag dit best een half uur staan)
  • schep ten slotte wat partjes sinaasappel erdoor, strooi de gefrituurde gember erop en wat geroosterde sesamzaadjes. (ook lekker met granaatappel, zie onder)

Suiker mais

Suikermais kun je rauw eten: direct van de kolf. Maar ja, dan hebben we geen groenten-van-de-week* recept. Het meest gebruikelijke is de kolf te roosteren of koken. Het voordeel van het laatste is dat het koken een smakelijk kooknat opleveren. Ideaal voor je groentenbouillon. De korrels kun je vervolgens gebruiken in je salade of als bijgerecht. Of verwerken in de bouillon tot maissoep, zoals hieronder.

Wist je trouwens dat mais helemaal geen groente* is? Maïs is het grootste in ons land voorkomende gras en hoort tot de Grassenfamilie, feitelijk is het dus een graan. We kennen het vooral van de monotone maisvelden die ons landschap ontsieren. De planten die hier staan zijn niet voor mensenlijke consumptie maar worden geheel verhakseld tot veevoer. Mais om te poffen is weer in heel andere soort en wordt in ons land niet verbouwd. Hiervoor is het nodig om de korrels heel goed te laten drogen. Gedroogde mais wordt ook wel vermalen tot meel of gries, zoals polenta. Je kunt er bv deze ‘frietjes‘ van maken. We gebruiken nu echter de verse mais voor deze:

Maissoep

Dit moet wel mijn favoriete improvisatie recept zijn. Het geurige kookvocht van de kolven nodigen uit tot het maken van soep en door de maiskorrels vervolgens te malen krijg je een geweldige goudgele kleur.

  • Fruit je groente resten/schillen eerst even aan in een pan en giet er koud water bij of doe zet ze direct met koud water op het vuur. Voor groenten resten kun je alles gebruiken (nou ja, liever geen biet ivm de kleur) in ieder geval wortel, ui, prei en selderij. Voeg kruiden toe als peperkorrels, laurier, maggiplant, tijm (geen zout) en kombu en breng zachtjes aan de kook. -Kijk hier voor het recept voor groentenbouillon zonder blokjes-
  • Doe de maiskolf in z’n geheel erbij (schutbladeren wel verwijderen). Na een kwartier zijn de maiskorrels wel gaar. Snij deze van de kolf. De kolf kan nog weer even terug in de pan. De bouillon laat je nog even zachtjes trekken en zeef je daarna af.
  • De maiskorrels vervolgens in de blender met wat bouillon fijnmalen. Let op de korrels moeten goed gaar zijn en je moet flink malen, dan krijg je een romige consistentie. Maak de soep op smaak met zout, peper en eventueel wat (haver)room.

Ik heb deze soep afgemaakt met reepjes gegrilde paprika en basilicum olie voor een krachtig smaak en kleur contrast.

Een feest voor je zintuigen!

maissoep

Japanse pannenkoek – Okonomiyaki

Ik heb alles met makkelijk klaar te maken groentengerechten ‘waar je eindeloos mee kunt variëren’ en de Japanse pannenkoek ofwel Okonomiyaki is er zo een. De naam – paar keer oefenen en hij rolt zo van je tong- betekent letterlijk ‘wat je lekker vindt’ (okonomi) en gebakken (yaki). Nou, dat kan natuurlijk nooit mis gaan! Nog mooier: de pannenkoekjes zijn tamelijk vullend en alles zit er in. Heb je gelijk een volledige makkelijke maaltijd die iedereen lekker vind.

Het basisrecept van een hartige groentenpannenkoek

– Maak een beslag van eieren, bloem en water;
– Voeg hier flink wat fijn gesneden groenten aan toe en maak op smaak
– Bak hier dikke (pannen)koekjes van
– Garneer / serveer met saus of topping

Okonomiyaki

Het gerechtje bestaat feitelijk uit 3 delen: beslag, groentenvulling en de topping of saus. Je kunt het zo ingewikkeld of Japans maken als je wilt maar er ook gewoon je eigen, Hollandse draai aan geven.

Beslag
2 eieren, 200 gr. meel of bloem en 200 ml water/bouillon, kruiden

Dit maakt een vrij dun beslagje, genoeg voor 4-5 dikke pannenkoekjes van ongeveer 20 cm doorsnee.

Variaties:
  • Ik heb gewoon water gebruikt maar een bouillon is veel beter. Gebruik je bewaarde bouillon of kookvocht (of maak een bouillon en laat deze afkoelen) Echt Japans is natuurlijk om ‘Dashi’ te gebruiken: een bouillon gemaakt van kombu (zeewier), tonijnvlokken of shii-take, shoyu (japanse sojasaus) en mirin (japanse rijstwijn).
  • In veel recepten wordt ook wel panko toegevoegd: een japans broodkruim die heel licht van structuur is. Gewoon broodkruim of een schepje gekookt graan die je nog in de koelkast hebt staan lijkt me ook een uitstekende aanvulling.
  • Wil je vegan gebruik dan kikkererwten meel en laat de eieren weg. Misschien moet je een beetje bakpoeder toevoegen maar zonder lukt waarschijnlijk ook wel. Kikkererwtenmeel kun je namelijk ook als ei-vervanger gebruiken.
  • Ook voor de gluten-vrije variant kun je kikkererwtenmeel gebruiken. In dat geval hoef je de eieren niet te skippen maar het kan natuurlijk wel.
Groenten vulling
400 gr. kool + 100 gr. andere groenten (wortel, (bos)ui, prei), 4 cm verse gember
(of whatever)

De basis van de Okonomiyaki is kool en dat vind ik juist het briljante eraan: de sliertjes met beslag geven een lekkere structuur. Het is vooral ook een prima manier om die enorme (zomer)kolen te verwerken – en te verstoppen voor je kinderen? Maar hè, dit recept heet niet voor niks ‘wat je lekker vindt, gebakken’ dus inderdaad ‘whatever’ en vul gerust aan met wat er nog als restje in de koelkast ligt.

Variaties:
  • Ik vind het lekker om de kool dun te schaven maar het hoeft niet. Zomerkolen (Chinese-, spits of savooiekool zijn van zichzelf al zachter van structuur en slinken bij het bakken.
  • Gebruik je ‘waterige’ groenten als courgette als basis, dan zou ik deze eerst wat uit laten lekken: rasp, voeg zout toe en doe in een vergiet totdat het meeste water eruit is.
  • Bewaar wat van je groenten voor bovenop je pannenkoekje (dungesneden prei, bosui, rode ui oid)
Topping of saus
Garneer / serveer je pannenkoekje met verse kruiden / dungesneden groenten als prei, bosui, rode ui oid
Streepjes Japanse mayo (kewpie) en okonomiyaki saus

De echte Okonomiyaki garneer je met Okonomiyaki saus en Japanse mayo. Ik vond de beide sausje echt wel de moeite waard om toe te voegen. Je kunt ze beiden kant en klaar kopen maar ook (soort van) zelf maken.

Variaties:
  • Eerlijk gezegd vond ik de gekochte Japanse mayo (kewpie) niet zo bijzonder, het leek gewoon ‘slasaus’. Het kwam alleen in een handig plastic knijpflesje zodat je van die geinige streepjes kunt trekken over je gerechtje. Gebruik gewoon mayo, maak het iets dunner met olie of yoghurt bv en voeg wasabi of mierikswortel (poeder) toe voor de Japanse ‘touch’.
  • De Okonomiyaki saus is een soort BBQ – saus, vol met hartige umami smaak. Maak m zelf met 1 el ketchup, 2½ tl (Japanse) Worcestersaus, 1½ tl oestersaus, 1 tl suiker. Zelf heb ik gewoon wat ingrediënten bij elkaar gegooid: tamari, zoet-zure chilisaus, gembersiroop en sesamolie en gerookte paprika. Zoiets. Lekker
okonomiyaki

Spitskool

Toegegeven, spitskool was vroeger ook geen groente die ik zelf gauw zou kopen. Tegenwoordig ben ik dol op de zachte smaak en het feit dat het makkelijk klaar te maken is. En dat komt mooi uit want de spitskool is nu volop verkrijgbaar.

Het recept dat geen recept mag heten

… omdat het werkelijk te simpel is (maar wel de allerlekkerste bereiding van spitskool die ik ken): De spitskool in 4 parten snijden (van de punt tot aan de kont). De snijvlakken insmeren met olie, zout en een beetje citroensap en dan in een voorverwarmde oven 200o C roosteren totdat de blaadjes net niet verbrand zijn (minuut of 10-15, even erbij blijven). Je weet niet wat je proeft!

Nou vooruit dan toch ook maar een recept: spitskool met kerrie en kokos is natuurlijk een klassieker

Spitskool met kerrie en kokos
  • Verhit in een droge pan wat kruiden: moster- koriander zaad en karwij, haal uit de pan en maak fijn in de vijzel
  • Fruit in de pan wat knoflook met ui, gember, pepertje, kerrie en de andere kruiden
  • Voeg wat kleingesneden courgette toe; Spitskool in de lengte doorsnijden, kern eruit en dan de kool in repen snijden en even meebakken
  • Doe wat fijngeraspte santen (kokos) erdoor en laat de groenten heel even smoren met de deksel op de pan. Schep er op het allerlaatst wat fijngeraspte appel door
  • Ook lekker met wat ongezouten cashewnoten erover

Serveer met volkorenrijst en berglinzen. De kooktijd van de linzen is ongeveer gelijk met de volkoren rijst (zo’n 40 min.) dus je kunt ze goed samen koken. Peulvruchten en rijst vullen elkaar aan, bij elkaar heb je een volwaardige eiwitbron. Het ideale vegetarische gerecht dus. Berglinzen blijven heel bij het koken en hoef je niet vooraf te weken. 

Zuurkool

En ja, krijg je de berg spitskool niet weggegeten dan kun je deze fermenteren. Dat kan gewoon thuis, in een pot en na een paar weken heb je je eigen zuurkool !

Meld je aan

voor recepten en nieuwtjes

Please wait...

Gelukt! Dank je wel