Asperges

Na de ‘asperge voor de armen’ (ofwel schorseneren) is het nu tijd voor de ECHTE Koningin van de groenten. Asperges uit Nederland zijn maar heel beperkt verkrijgbaar: van april tot eind juni. -al wordt het seizoen bij reguliere teelt wel opgerekt met verwarmde bedden!-. Na de langste dag wordt de plant met rust gelaten om energie op te doen voor het volgende jaar. Asperge is een zijn meerjarig gewas. Het duurt zeker twee jaar voor er geoogst kan worden en pas na 4 jaar is de oogst optimaal. De planten gaan echter wel 12 jaar mee.

Koningin van de groenten
Dubbel plezier

Groene en witte asperges komen van dezelfde plant. De witte worden onder aangelegde heuvels uit de zon gehouden zodat ze niet verkleuren. Witte asperges zijn fijner van smaak dan de groene en het is nodig ze te schillen. (zie ook het filmpje – Daardoor heb je er ook dubbel plezier van want van de schillen (en de houtige onderkanten) maak je heerlijke soep! Je kunt natuurlijk ook de hele asperges daarvoor gebruiken, maar dat is wel zonde. Kook en eet de asperges gewoon als groente en bewaar het kookvocht, de schillen en de afgesneden kontjes voor de soep.

Heb je maar een paar asperges?
Maak bijvoorbeeld deze heerlijke hartige taart!
Aspergetaart met raapstelen
Check out this recipe
aspergetaart met raapsteel

Aspergesoep

  • schillen van 6-8 asperges, geschilde ‘kontjes’
  • 1 1/2 liter kookvocht
  • 75 gr roomboter
  • 75 gr bloem
  • peper, zout, citroensap
  • optioneel: 125 ml slagroom, bieslook, ei

Zet het kookvocht met de schillen op het vuur. Voeg ook de afgesneden stukjes toe. Laat een half uur koken, niet langer, anders wordt het bitter. Zeef het kookvocht, vis de stukjes asperge eruit en gooi de schillen weg, zet de bouillon apart.
Maak een blanke roux: smelt roomboter in de pan, roer een zelfde hoeveelheid bloem erdoor tot een glad mengsel. Laat 2-3 minuten doorkoken, zonder te verkleuren. Voeg al roerend de bouillon erbij en breng aan de kook. Laat een paar minuten zachtjes koken, voeg de asperge stukjes toe en breng de soep op smaak met peper, zout en een beetje citroensap. Voeg eventueel wat room of creme fraîche toe, laat de soep dan niet meer koken. Garneer eventueel met bieslook en stukjes gekookt ei.

Zorg voor bodem tot buik

Het tuinseizoen is begonnen! Na de IJsheiligen kunnen de vorstgevoelige planten naar buiten. En de tuinders beginnen met de levering van de verse voorjaarsgroenten uit de eigen tuin. Met smart wacht ik op de start van het zelfoogsten bij Tuinderij de Overkant, maar helaas! ‘We moeten het anders aanpakken dit jaar’, zegt tuinder Sander. Een heel nat voorjaar, veel slakkenvraat, een verhuizing van een deel van de tuin en een nieuwe samenwerking met zorgtuin Aardewerk nopen tot aanpassing van de werkzaamheden. Geen zelfoogst abonnement dit jaar, dus. Maar wel een groenten abonnement en de mogelijkheid zelf een pakket samen te stellen.

Tuurlijk is het jammer. Ik vond het heerlijk om het seizoen te volgen op de tuin en mede oogsters te ontmoeten. Juist de betrokkenheid bij de tuin en tuinders maakt het wekelijks portie groenten bijzonder en zoveel meer waardevol dan ‘gewoon’ boodschappen doen bij de supermarkt. Maar, die betrokkenheid houdt niet op, ook niet als ik mijn groenten nu aangeleverd krijg op een afhaalplek in plaats van zelf ga oogsten. En ik zie mooie nieuwe kansen en samenwerkingen ontstaan.

Sinds begin dit jaar is zorgtuin Aardewerk neergestreken op de ‘dependance’ van de tuinderij aan de Voordersteeg. Hier worden de groentepakketten samengesteld en maken we potjes in voor de verkoop. Al eerder vond ook Erik van de Gouden Pompoen hier zijn werkplek. Met de komst van de Aardewerkers aan de Voordersteeg en vele vrijwillige handen heeft de plek een verdere transformatie ondergaan: er is een kruidentuin en aardbeienwal aangelegd, een nieuw terras en stalletje aan de weg, een deel van de teelt is overgebracht. Kortom, er is veel ‘zachtaardige’ reuring. Een fijne plek ‘waar iedereen zichzelf kan zijn, aangesproken wordt op kwaliteiten en uitgenodigd om te ontwikkelen in een veilige, rustige, groene en ondersteunende omgeving.’

Het is fijn dat er plekken zijn zoals deze kleinschalige tuinders, zorgboeren, voedselbossen, herenboeren, CSA’s, permacultuurtuinen en andere lokale burgerinitiatieven. Ze kunnen echter niet bestaan zonder onze bijdrage in geld of in tijd. Is dat eerlijk, vraag je je misschien af? In de praktijk blijkt het vrijwel onmogelijk om een goed ‘verdienmodel’ te ontwikkelen waarbij iedereen die betrokken is een goede boterham heeft, die nog belegd is ook. Het blijft noodzakelijk terug te kunnen vallen op vrijwilligers, een (partner met) betaalde baan, subsidiepotjes oid. Misschien is het niet erg. Ondertussen is er een heel netwerk (aan het) ontstaan van alternatieven voor de reguliere landbouw, distributieketens, grote zorginstellingen etc. Deze kunnen namelijk niet bieden wat kleinschalige initiatieven wel kunnen, namelijk de behoefte vervullen om ergens bij te horen, zorg te dragen en oog te hebben voor de menselijke maat.


Op 1 juni is het open dag Zorgtuin Aardewerk

Tussen 10.00 uur en 15.00 uur ben je welkom om een kijkje te komen nemen of mee te doen aan een rondleiding of activiteit aan de Voordersteeg 4 in Twello. Er zijn diverse rondleidingen door tuinder en zorgboerin, een biologische markt en demonstraties en lekkernijen. Kijk hier voor het programma.

Radijs (rettich / rammenas)

Ah, wie kent niet die kleine rooie rakkers. Als kind zaaide je ze al, want ze groeien lekker snel. Maar at je ze ook op? Ik vraag het me af, want radijs is natuurlijk behoorlijk peperig. En dat vinden de meeste kinderen dan weer niet zo lekker. Gelukkig zijn er meerdere manieren om ze te eten dan als hartig hapje of als pittig accent bij de salade.

Pittige dingetjes

Radijs kennen we wel als pittige rauwkost: zo uit de tuin of even gedoopt in wat zout. Radijs is eigenlijk de verdikte wortel van een plantje en behoort tot de koolgewassen. Het meest bekend is het witte bolletje met de rode schil maar er zijn langwerpige soorten en ook met een witte en rood-witte kleur. De smaak is pittig, peperachtige en die is vooral afkomstig van de rode schil. Als je de schil eraf haalt is het gelijk een stuk minder pittig.

Twee in één

Grappig genoeg merk je vooral dat de radijs een koolsoort is als je deze kookt of bakt als groenten. De smaak is dan zacht en zoet. Zo maakte ik eens deze prachtige radijsjestaart, die overigens wel hartig is. Ook kun je de radijs roosteren in de oven met een beetje tijm. Het loof kun je natuurlijk gebruiken voor pesto (of tambouille zoals Mari Maris chique zegt). Samen vormen ze een leuk pastagerecht: pasta met geroosterde radijs en pesto. Zo haal je nog meer uit je groenten!

Geroosterd of in de oven

Voor de geroosterde radijs heb je geen recept nodig: hussel met olie, zout en kruiden als tijm. Rooster in voorverwarmde oven (220C), ongeveer 20 min.

radijsjestaart

Radijsjestaart

Spectaculaire lente- radijsjes taart! De radijsjes worden zoeter door het bakken maar de taart is wel hartig. De bodem maak je ook eenvoudig zelf. Maak pesto van het radijsblad en serveer deze erbij.

Equipment

  • deegroller
  • quichevorm (Ø 24-28 cm, ingevet)
  • garde

Ingrediënten
  

bodem

  • 125 g volkoren tarwemeel plus extra om te bestuiven
  • 1 tl bakpoeder
  • 125 g kwark liefst volle
  • 5 el olie plus extra om in te vetten

vulling

  • 1 bos radijsjes met groen als je pesto maakt
  • 150 g zachte geitenkaas
  • 75 ml verse slagroom
  • 2 middelgrote eieren

Instructies
 

Bereiding

  • Verwarm de oven voor op 200 °C. Meng het meel met het bakpoeder in een kom. Voeg de kwark en 1 el olie toe. Kneed 1 min. goed door tot een soepel deeg. Bestuif het werkblad en de deegroller met wat meel. Rol het deeg uit tot de grootte van de quichevorm.
  • Bekleed de ingevette vorm met het deeg en snijd het overtollige deeg weg.* Snijd het groen van de radijs, maar laat ca. 1 cm van het steeltje zitten. Bewaar het groen. Was de radijsjes, dep ze droog met een schone theedoek en halveer ze in de lengte.
  • Prak de geitenkaas en de slagroom met een vork in een kom. Klop de eieren er met een garde een voor een door. Breng op smaak met ½ tl peper en ½ tl zout. Verdeel het geitenkaas-eimengsel over de bodem van het deeg.
  • 4 Leg de halve radijsjes (om en om rood en wit boven) op het geitenkaas-eimengsel. Bak de radijsjestaart in ca. 20 min. goudbruin en gaar.

Notities

Gebruik het groen van de radijs om een pesto te maken. Deze kun je bij de taart serveren.
Dit recept is afkomstig uit Lekker Lokaal van Laura de Grave

Overal waar radijs staat, kun je ook rettich, rammenas of daikon gebruiken.

Permacultuur en improvisatie koken

Permacultuur en improvisatie koken hebben veel met elkaar gemeen. Voor de buitenstaander lijkt het of je maar wat aanrommelt, maar er zit wel degelijk een idee achter. En je gaat uit van een aantal basisprincipes die overeenkomen. Zo bekijk je wat er aanwezig is en laat je je daardoor leiden, maak je gebruik van slimme combinaties, zorg je voor evenwicht en diversiteit. Maar bovenal doet improvisatie koken een beroep op je verbeeldingskracht en zin voor avontuur.

De ingrediënten

Uitgaan van wat er voorhanden is, is voor mij het basisprincipe van improvisatiekoken. Reuze handig als je bijvoorbeeld ziek bent, er een of ander virus rondwaart en je niet meer naar de supermarkt kunt bijvoorbeeld, en je moet koken met wat er in je tuin of keukenkastje voorradig is. Of als je een mooi maaltje groenten krijgt aangeboden van iemand met een moestuin. Of als nu net die pruimen rijp zijn.

Als je improvisatie kookt ga je uit van het ingrediënt en niet van het recept. Je begint met de keuze van verse, lokale seizoensgroenten en -fruit. Dat is niet alleen de meest duurzame keuze maar levert ook een betere kwaliteit op: de producten hebben de kans gekregen te rijpen en tot volle wasdom te komen, en hebben daardoor meer smaak en zijn beter verteerbaar; het moment van oogsten en eten ligt dicht bij elkaar waardoor er minder verlies van voedingsstofen plaatsvindt. Naast je verse producten is het handig om ‘droogwaar’ op voorraad te hebben (zoals granen, peulvruchten, gedroogd fruit, noten en zaden) en smaakmakers (oliën, azijn, specerijen). Je maakt ook gebruik van je zintuigen, vaardigheden en creativiteit.

Hoe ruikt het, hoe smaakt het, wat kun je ermee? Welke ‘zin’ roept het op?

Je kunt gebruik maken van een aantal basisrecepten of ideeën en daarop voortborduren, nieuwe wegen ontdekken en experimenteren.

Slimme combinaties en diversiteit

Net als in de permacultuurtuin maak je gebruik van slimme combinaties die
elkaar versterken of juist een contrast geven. Denk daarbij aan een verschil in
kleur, structuur en smaak. Zo heeft elke kleur groenten of fruit zijn eigen goede eigenschappen evenals de verschillende gewasgroepen (vrucht,
wortel, blad en knolgewassen). Je hoeft niet precies te weten welke anti-oxidanten of hoeveel polyfenolen waar in zitten:

zorg voor diversiteit op je bord en eet ‘de regenboog’ dan krijg je automatisch voldoende voedingsstoffen binnen.

Balans in smaken

Een goede balans in smaken is essentieel voor het slagen van een gerecht. Alle smaken doen ertoe en zijn vertegenwoordigd: zoet, zuur, zout, bitter en umami. Mist er nog iets aan een gerecht? Een snufje zout versterkt de smaak van zoet. Een beetje zoet kan meer diepte geven aan een hartig gerecht. Het is leuk om ook hier gebruik te maken van de natuurlijke eigenschappen van groenten, fruit of kruiden. Gebruik voor:

• ZOET bijvoorbeeld fruit, gedroogde zuidvruchten, honing, stroop of siroop of zoete kruiden of specerijen als kaneel, zoethout, kardamom, anijszaad en munt;

ZOUT bijvoorbeeld lavas, selderijblad, zeekraal of gefermenteerde producten als olijf, kaas en miso;

ZUUR bijvoorbeeld citroen, azijn, bessen, cranberry, sumak, yoghurt, verjus (sap gemaakt van onrijpe druiven of ander fruit);

BITTER bijvoorbeeld geelwortel (kurkuma), salie, citrusschil, lavendel, laos, paardenbloem, witlof, andijvie, cacao, hop, amandel, zwarte thee.

En dan is er ten slotte de vijfde smaak UMAMI, ook wel hartig genoemd. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld wortel, bataat, tomaat, selderij, ei, oude kaas en paddenstoelen, maar ook (gefermenteerde) sojaproducten als tamari, shoyu, miso, tempeh en zeewier.

Bereiden

Variatie breng je ook aan door gebruik te maken van verschillende bereidingswijzen. Het is leuk om je hier enigszins in te verdiepen. Met bereidingswijze bedoel ik niet alleen maar koken of bakken. Ook de manier van snijden is van belang en beïnvloedt de smaak en de vertering. Maar
je kunt producten ook ‘voorverteren’ door ze een tijd te marineren in bijvoorbeeld zuur, te masseren met zout of te fermenteren.

Volg de / je natuur

Voor sommige mensen is er niks leukers dan op avontuur gaan en experimenteren. Anderen hebben daar wat meer moeite mee. Wat kan helpen is om uit te gaan van iets wat je al kent en daarop te variëren.
Gebruik bijvoorbeeld een aantal basisrecepten die je kunt aanpassen naargelang het aanbod aan producten, het seizoen, het aantal mensen, de middelen en materialen die je ter beschikking staan. Ten slotte, mocht je eigen creativiteit je in de steek laten, overweeg dan eens om samen met anderen te koken en te eten. Bijvoorbeeld bij een workshop van Velt of tijdens de jaarlijkse kookvakantie van Keetmee.

Dit artikel is gepubliceerd in Permacultuur Magazine nummer 19, juni 2020.


Voed je jezelf of de composthoop?

Misschien heb je een moestuin of een groenten abonnement bij een boer in de buurt. Of probeer je zoveel mogelijk je groenten van het seizoen te kopen bij de lokale (super)markt. Maar, hoe vaak komt het niet voor dat je aan het eind van de week de verlepte bosjes uit je koelkast kunt plukken? Of dat er spontaan een kwekerij in je groentela of kelder is ontstaan met ontsproten uien of aardappels? ‘Het gaat niet verloren’, zei een bevriende tuinder, ‘via de composthoop komt het weer in de bodem.’ Tja, maar daarvoor is het niet gemaakt natuurlijk. Het is wel de bedoeling dat die groenten op je bord terecht komen.

Is het gemakzucht, onwetendheid of een gebrek aan tijd, planning of creativiteit? Wie het weet mag het zeggen. 25-30% van de mensen die enthousiast beginnen met een groenteabonnement van de bioboer zegt deze binnen een jaar weer op. Belangrijkste reden is dat er teveel van het pakket wordt weggegooid. Zonde natuurlijk! Niet alleen voor die zorgvuldig geteelde groenten, maar voor ons allemaal. Er zit namelijk nog een hele ‘keten’ vast aan lokale, biologisch geteelde seizoensgroenten:

bestaanszekerheid voor de bioboer, zorg voor een levende bodem, meer biodiversiteit, robuuste groenten, minder voedselkilometers, eerlijke voedselprijs, minder plastic en de mogelijkheid deel uit te maken van een lokale ‘community*, etc.

Lees hier meer over ‘ieder’ zijn tuin

Groenten eerst

Hoe voorkom je nu dat je groenten op de composthoop of in de groenbak verdwijnen? Het antwoord is dat je op een andere manier je maaltijd gaat samenstellen. Niet uitgaan van een recept maar van de groenten. Als je een groenten abonnement hebt of een moestuin is dat makkelijk: dit is de basis van je maaltijd, vervolgens bekijk je wat je ervan kunt maken.

Zorg voor voldoende voorraad

Een basisvoorraad van droogwaar (meel, rijst, peulvruchten, kruiden, smaakmakers) aangevuld met verse groenten en andere producten zorgt ervoor dat je nooit misgrijpt en ‘alles’ kunt maken. Download hier mijn basisvoorraadlijst en pas m aan naar eigen voorkeur.

Succesrecepten

Zorg dat je een aantal succesrecepten, waarmee je kunt variëren, paraat hebt. Dit scheelt ‘denkkracht’ na een drukke dag en voorkomt dat je alsnog iets kant en klaar gaat maken.

Preppen en conserveren

Is er een overvloed aan bepaalde groenten en kun je ze niet wegwerken? Plan af en toe tijd in om ze in te vriezen, inmaken of te fermenteren.

Ikzelf kan niet wachten tot het zelfoogstseizoen bij Tuinderij de Overkant weer begint. De allereerste knisperverse raapstelen (uit de koude kas) mocht ik verleden week verwelkomen en wat een feest was dat! Ik verwerkte ze met spinazie uit de diepvries (want daarvan had ik nog niet voldoende) en maakte deze sag panir.

Een halvering van de totale voedselverspilling in Nederland levert uiteindelijk een broeikasgasreductie van 2-3 Mton CO2-equivalenten per jaar op. In Nederland betekent dit per jaar 1 miljard kilo minder voedsel verspillen. Daar kunnen 2,7 miljoen mensen, ruim 15% van de Nederlandse bevolking, een jaar lang van eten.

* Ik weet het, liever ook lokaal taalgebruik en geen Engels. Maar ‘lokale gemeenschap’ roept toch weer andere associaties op…

Raapstelen

Raapstelen of bladmoes is een typische voorjaarsgroente: de eerste groene blaadjes van het seizoen! Het zijn de jonge plantjes van diverse koolsoorten, zoals meiraap of Chinese kool, die als jong groen worden gegeten. Bewaar ze niet te lang, max drie dagen in de groentelade van de koelkast, liefst in een open zak of gewikkeld in een vochtige doek. Direct uit de tuin op je bord is het lekkerst. Je koopt (of krijgt) de raapsteeltjes met wortel en al. Je kunt de houdbaarheid iets verlengen door de worteltjes van de raapstelen in een kommetje water te zetten.

Raapsteel heeft een pittige wat mosterdachtige smaak waar je vele kanten mee op kunt. Je kunt zowel de steeltjes als het blad eten, alleen de worteltjes snij je eraf. Vaak worden raapstelen (rauw) verwerkt in een aardappelstamppot of salades. Je wilt immers het liefst zoveel mogelijk van deze vitaminebommetjes gebruiken (bij verhitten slinken ze namelijk).
Schep ze dus rauw door warme groenten, zoals in onderstaande voorjaarschotel. Een lekkere en kleurrijke combi met zoete aardappel en kaas. Of verwerk ze in een puree, linzen, pasta  of pittige salade met gember/sinaasappeldressing.

Heb je een grote voorraad raapstelen, dan kun je ze ook verwerken als bladgroen in sag paneer.

Voorjaarschotel met raapstelen
raapsteel

Raapstelen met zoete aardappel

Een kleurig voorjaarsrecept met de eerste raapstelen
Porties 4

Ingrediënten
  

  • 500 gr zoete aardappelen*
  • 1 el olie
  • 2 teentjes knoflook geperst
  • 2 bosjes raapstelen grof gehakt
  • 2 el sojasaus
  • 2 el groentebouillon
  • 200 gr komijnkaas (in blokjes) en/of walnoten

Instructies
 

  • Snijd de zoete aardappelen in blokjes van 1,5 cm en kook ze in 15 minuten gaar. Laat ze goed uitlekken.
  • Was de raapstelen, snijd de worteltjes eraf en hak in grove stukken.
  • Verhit olie in een wok of braadpan en roerbak de knoflook. Voeg vervolgens de zoete aardappelen toe en roerbak 2 minuten.
  • Doe de raapstelen, sojasaus en bouillon erbij en schep het geheel om tot de raapstelen net geslonken zijn.
  • Tot slot schep je de kaas erdoor of de walnoten erover.
  • Lekker met rijst.

Notities

*in plaats van zoete aardappel, kun je ook wortel gebruiken
raapstelen
boerderij zonsondergang

Dynamisch dineren aan de IJssel

We gaan weer biodyneren!

Ditmaal een unieke, culinaire ervaring bij Boer ‘n Buffel Keizersrande waterbuffelboerderij. Geniet van een heerlijke maaltijd terwijl je uitkijkt over de uiterwaarden bij Deventer en Diepenveen. Of bij slecht weer naar de buffels in de stal!

Olivier & Emma van Boer ’n Buffel Keizersrande en kok Katy van K.eetmee verzorgen op zondag 11 augustus een dynamisch diner waarbij beiden uitleg geven over de totstandkoming van de producten en gerechten op het bord. De boeren geven een uitgebreide rondleiding over het terrein en de buffels. De ingrediënten van het diner komen grotendeels van de boerderij (vlees, melk en kaas) en de groenten van de nabijgelegen BD boerderij De Oosterwaarde. Alles zoveel mogelijk biologisch/dynamisch en met natuurlijke ingredienten.

Praktische informatie
Locatie: Boer ‘n Buffel Keizersrande waterbuffelboerderij, IJsseldijk 35, 7431 RE Diepenveen
Datum en Tijd: zondag 11 augustus van 16.00 – 20.30 uur (incl. rondleiding, eten v.a. 18.00 u)
Kosten: €55,- (inclusief 1 welkomstdrankje)

(Let op: dit is slechts een reservering.
U ontvangt uiterlijk 1 week vantevoren een betaal verzoek.)

Met buffels de wereld verbeteren, dat is de missie van Emma en Olivier van Boer ’n Buffel Keizersrande. Sinds anderhalf jaar bewonen ze dit prachtige plekje aan de IJssel met hun dochter en buffels. Hoe de buffels bijdragen aan een betere wereld, daarover vertellen ze graag! Voorafgaand aan het diner krijgen de gasten een uitgebreide rondleiding over het terrein en kun je kennismaken met de buffels. Zelfs knuffelen is toegestaan!
Boer ’n Buffel heeft een biodynamische bedrijfsvoering en dat maakt ze de enige waterbuffelboer in Nederland die naast een biologische certificering ook een Demeter keurmerk heeft.

Wat doet een vegetarische eco-kok bij een buffelboerderij?

‘In voeding komt heel veel samen: waar het vandaan komt, hoe het vervolgens op je bord komt en hoe je het zelf verwerkt. Dat verhaal wil ik graag vertellen en laten ervaren zodat iedereen zijn eigen keuzes daarin kan maken’, aldus kok Katy Verschoor van Keetmee. Al eerder kookte Katy samen met boeren en tuinders in het kader van biodyneren. De eerste keer was bij ekoboerderij Arink in de Achterhoek, daarna volgde 3 tuindiners bij Biologische Tuinderij De Overkant in Twello.

De tuindiners zijn onderdeel van een initiatief van de bd vereniging: Biodyneren. Kijk hier voor alle data en initiatieven.

Kiemkracht

Wat een geweldig potentie ligt er toch opgeslagen in een zaadje. Omringd door een beschermende schil ligt al die levenskracht te wachten totdat de omstandigheden daar zijn om te ontspruiten. Vocht is er nodig om het omhulsel zacht en toegankelijk te maken, maar ook niet teveel anders gaat de boel rotten. Het zaadje absorbeert het water en zwelt op. Allerlei processen beginnen zich te roeren. Tenslotte barst de spruit door de schil en begint een nieuw leven. Wow, wat gebeurt hier allemaal? En hoe kunnen we gebruik maken van deze kiemkracht?

Levende voeding

Het weken is de start van het kiemproces. Grote hoeveelheden enzymen worden vrijgemaakt en de kiem vormt uit het aanwezige zetmeel andere stoffen, zoals vitaminen, eiwitten, vezels en nucleïnezuren (een van de belangrijkste bouwstoffen van alle levende materie). Niet alleen neemt de voedingswaarde enorm toe (veel vitamine C en B-vitaminen), het kiemen zorgt ook voor een voor-vertering zodat voedingstoffen beter opneembaar zijn. Kiemgroenten leveren ook anti-oxidanten en de-activeren anti-nutrienten zoals fytinezuur.

Door het kiemen worden levenskrachten geactiveerd zodat het gekiemde zaad veel meer voedingswaarde heeft dan het oorspronkelijk droge zaadje. Maar er is zelfs een groot voordeel ten opzichte van de volgroeide plant: een kiem bevindt zich op het meest vitale moment van de groei en de voedingswaarden blijven behouden tot aan het moment van de consumptie en voedingsstoffen zijn omgezet in de meest opneembare vorm. Kortom, we hebben hier te maken optimaal levende, vitale voeding.

Weinig hedendaags voedsel vereist bij de productie zo weinig tijd, energie en kosten en levert toch zo veel voedingswaarde. ~ Ann Wigmore

Verrassende smaken, texturen en kleuren

Alle soorten zaden, granen of peulvruchten kunnen ontspruiten ze zijn echter niet allemaal geschikt voor consumptie. –Zaden van nachtschade laat je bijvoorbeeld liever achterwege.- Bekende kiemen zijn taugé (gekiemde mungbonen) en alfalfa (luzerne), maar er zijn veel meer mogelijkheden. Verrassende smaken, texturen en kleuren worden ook geleverd door ontkiemde kruiden (venkel, fenegriek), rode kool, peulvruchten (erwten asperges). Gekiemde granen worden bijvoorbeeld gebruikt in kiembrood.

Eigenlijk geldt: alle zaad dat je gebruikt in etenswaar (kruiden, pitten, noten, zaden, peulvruchten, granen) zou je eerst kunnen kiemen. Hou hierbij altijd het principe aan van eerst weken (6-8 uur), spoelen (tenminste 1 x per dag) en zorg ervoor het zaad niet in water ligt te rotten.

Laat je de spruiten verder uitlopen en worden er groene blaadjes gevormd, dan spreken we van microgroenten of cressen (zaad van kruisbloemigen zoals tuinkers, rucola, radijs, mosterd, koolrabi) Deze worden ook wel gezaaid op een medium (zoals keukenpapier).

Stil je honger

In het vroege voorjaar kan ons lijf wel wat extra kiemkracht gebruiken. De reserves en voorraden zijn inmiddels uitgeput. Er valt weinig meer te oogsten in de tuin en het duurt nog even voor de eerste oogst beschikbaar is. We hebben honger! Honger naar fris groen, de lentezon, om erop uit te gaan. Om ideeën die tijdens de wintermaanden hebben liggen sluimeren tot wasdom te laten komen.

In een moestuin verleng je het seizoen door alvast binnen voor te zaaien en gebruik te maken van een kas of serre. In een voedselbos of permacultuur tuin kun je het hele jaar door oogsten maar ook dan heb je te maken met periodes waarin de oogst minder is en zul je moeten aanvullen. Met kiemen, spruiten en microgroenten kun je het hele jaar je honger naar vitale voeding stillen, maar zeker in het voorjaar.

spruit

Boon

Ik mag een boon zijn…

Er zijn van die dagen dat je denkt: ‘hûh, ben ik nou gek?’Andere dagen weet je het zeker: nee, deze keer niet. dit is gewoon raarrrr….

Zo las ik laatst over een proeverij waarbij food-innovators uitgedaagd werden om lekkere hapjes van gras te maken…. {laat dit even op je inwerken} Waarom zou je dat doen, hoor ik je denken. Goede vraag, inderdaad! En dan komt er een antwoord als: “De wereldbevolking groeit, en in 2050 hebben we vijftig procent meer eiwitten nodig om iedereen te voeden.” Tegelijkertijd stuurt de overheid op minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten, onder meer voor het klimaat. “Plantaardige eiwitten komen nu vaak van soja-plantages in Zuid-Amerika, wat soms ontbossing veroorzaakt.” Terwijl al dat gras dat Nederland rijk is, ook gewoon eiwitten bevat.

De meest voor de hand liggende oplossing is dus minder vlees eten (!) en meer plantaardige eiwitten.

Right. Ten eerste is de soja die ontbossing veroorzaakt vooral bedoeld als veevoer voor onze koeien en niet voor onze tofu. Dat is uiteraard zeer onwenselijk. De meest voor de hand liggende oplossing is dus minder vlees eten (!) en meer plantaardige eiwitten. Maar waarom zou dat gras moeten zijn? Er is een reden waarom koeien gras eten en wij niet. Koeien hebben namelijk 4 magen en veel tijd om dat gras om te zetten. Wij kunnen dat helemaal niet verteren. Je moet dat gras dus eindeloos in een fabriek bewerken wil je het eiwit eruit kunnen winnen. ‘Veel van de testhapjes waren dan ook nog gemaakt met spinazie-eiwit – exact hetzelfde als het eiwit uit gras of andere bladeren.’

Gebruik dan spinazie! Djeez. Of peulvruchten. Peulvruchten zijn namelijk niet alleen een hele goede eiwitbron, de planten zijn ook stikstofbinders en natuurlijke groenbemesters. De bodem wordt er dus beter van in plaats van dat je het uitput. Bovendien leveren de bloemen ook voedsel voor insekten. win win win, zou je denken.

Een van de hapjes was groene gras-mozzarella. “Het is lekker, maar het smaakt niet naar kaas, eerder naar een plantaardige spread zoals hummus”

Lieve ‘food-innovators’ teel gewoon peulvruchten, bijvoorbeeld #lupine, dan maken we daar zelf wel hummus van? Of zeg ik nu iets raars?

Koken uit de kast

Jij bent natuurlijk een super(wo)man. Na een enerverende dag …
gevuld met werk, files, zorg voor kinderen en/of ouders, huishoudelijke taken, klusjes, sport, zeikregen en oja die is jarig-niet vergeten-te bellen en moesten we niet naar die film waar iedereen het over heeft en wanneer was de laatste keer dat ik een boek gelezen heb
… knoop je natuurlijk fluitend je keukenschort voor en ga je eens fijn uitgebreid (en verantwoord) voor jezelf (en eventueel dierbaren) koken. Right. NOT

Serieus, ik ken mensen die koken na een drukke dag heerlijk ontspannend vinden. Niets liever doen dan even een moment voor zichzelf, koken met aandacht om dan rustig van de maaltijd te genieten. Heerlijk toch? Maar ik ken nog meer mensen voor wie de avondmaaltijd stress oplevert, zelfs al hebben ze alle tijd van de wereld.

Wat moeten we nu weer eten?

In elk huishouden is dit een regelmatig terugkerende vraag. Je vindt het misschien best leuk om te koken, nieuwe recepten te proberen, te experimenteren. Maar nu – even – niet. Als je zelf hongerig en moe bent; jengelende kinderen aan je rokken hangen; je man (sorry guys) ietwat misprijzend over je schouders meekijkt. ‘We kunnen toch ook gewoon friet halen?’ Dan is het handig om snel iets uit de kast te kunnen trekken.

Ik zal je iets bekennen. Ook al heb ik van gezonde voeding en koken mijn beroep gemaakt, ik kook (bijna) nooit voor mezelf. Ik kook (graag!) voor mijn catering klanten, vind het heerlijk recepten uit te proberen of restjes te verwerken. Verder kook ik alleen uitgebreid als er iemand komt eten. Voor mezelf duik ik even in de kast om wat bij elkaar te gooien en dat is dan mijn maaltijd. Niet dat dat perse slecht is, juist niet. Maar ik moet natuurlijk wel zorgen dat er iets uit de kast te halen valt. Anders wordt het al snel ‘even iets halen’ of blijf ik de hele avond dingetjes snacken. Gelukkig koken mijn vriend en ik om de dag voor elkaar maar ook dan staat er vaak iets ‘onbestemd’ op tafel genaamd GRUB.

To grub betekent letterlijk: rooien, opduikelen en dat is een mooi woord voor ‘wat er zoal uit de kast komt rollen’. Okee, een grub betekent ook ‘sloddervos’ of een larve. Ik noem het liever ‘een creatieve koker’, improviseren, doen met wat er voor handen is. Grub kan namelijk ook gewoon een goede maaltijd zijn > als je uitgaat van goede ingrediënten en je een beetje weet hoe je die moet combineren. Grub is ook gemak, jezelf rust gunnen en het perfecte plaatje los laten. Koken zonder stress en met plezier!

Wil je je creatieve kok verder uit de kast laten komen, en ongestoord experimenteren met gelijk gestemden? Geef je dan op voor de kookvakantie (17-21 juni) Dan duiken we een midweek onder in de vegetarische / veganistische keuken.

workshop improvisatie koken buiten