Zomerstoof

Er zijn van die dagen dat je denkt: ‘hoe ben ik hier nu weer terecht gekomen?’. Zo stond ik zaterdagavond onder het licht van de volle maan te ‘silent ecstatic dancen’ tijdens een lief klein festivalletje aan de IJssel. Niet helemaal wat ik gewend ben maar het kèn rotter (zeggen ze dan in my hometown). En er moest natuurlijk ook samen gekookt en gegeten met allemaal aardige mensen. Mijn liefst nichtje Martijn was helemaal uit Rotterdam gereden om mee te helpen.

Een van de gerechten die we maakten was deze verrassende zomerstoof van biet, tomaat en pruim. En ja, de deelnemers aan de workshop konden zelf proeven dat tomaten die zo superrijp van de plant komen – misschien minder mooi- maar heel wat lekkerder zijn dan die van de supermarkt. De yoghurt voor de tzatziki had ik zelf gemaakt van buffelmelk en als toetje had Paul ook nog ijsjes van Boer ’n Buffel geregeld. Topdag!

Biet, tomaat en pruim…, dit lijkt een ongebruikelijke combinatie maar je vermoed wel dat dit goed kan werken. Tomaten zijn zurig en dat is een goede tegenhanger van de ‘aardse’  smaak van de biet, pruimen zijn ook rins – zoet. Bovendien is alles nu volop verkrijgbaar.

Het recept komt uit ‘Heel veel VEG’ van Hugh Fearnley-Whittingstall Een heerlijk kookboek vol met verrassende groenterecepten. Heel ingewikkeld is het niet:

  • Schrob de (zomer)bietjes en rooster ze in de oven (met schil en al) gaar*
  • Ondertussen: snijd de pruimen en tomaat in half of kwarten (afhankelijk van de grootte), ontvel een paar knoflooktenen;
  • Doe de pruimen, tomaat, knoflook bij de bieten en schep even door elkaar. Voeg wat takjes tijm en rozemarijn toe en laat het nog zo’n 20-30 minuten pruttelen

Oorspronkelijk was de verhouding 700 gr biet, 500 gr tomaat en 500 gr pruimen. Het oordeel van het smaakpanel: errug lekker maar ook errug zoet als hoofdgerecht om zo te eten. Ik verdubbelde de hoeveelheid biet en verminderde de hoeveelheid pruimen en toenwas het precies goed. Een en ander is natuurlijk ook afhankelijk hoe zoet de pruimen, biet en tomaat al van zich zelf zijn (en wat je voorradig hebt).

Doe er gerust een scheut tamari (sojaus) of balsamicoazijn doorheen en tijm/rozemarijn erop om het naar jouw smaak te maken. Serveer het gerecht met fetakaas of dikke yoghurt en een graan of brood voor de saus. Wil je het gerecht veganistisch? Gebruik dan olijven ipv fetakaas en serveer met linzen.

*Bieten gaar ik tegenwoordig in een gesloten braadpan of ovenschaal in de oven in plaats van in aluminium folie. De productie van aluminium folie kost veel energie, bovendien is het niet goed recyclebaar. Een deksel is in deze een goed alternatief.

Zomerstoof met biet, tomaat en pruim

Zelf yoghurt maken

Waarom zouden we dat eigenlijk doen?’ Vroeg een van de deelnemers van de kookvakantie. Ik vond het een heel goede vraag en eentje die ik me zelf ook vaak stel als ik weer eens sta te prutten in mijn keukentje. We hadden zojuist rauwe melk gehaald bij de boer en stonden op het punt deze om te zetten in yoghurt en verse kaas. ‘Je kan die yoghurt toch ook gewoon kopen….’.

Wat is yoghurt?

Yoghurt is een gefermenteerd zuivelproduct. Je maakt het door een yoghurtcultuur (bestaande uit melkzuurbacteriën Lactobacillus bulgaricus en Streptococcus thermophilus) toe te voegen aan melk (koe, geit of schaap). Deze bacteriën zetten melksuiker (lactose) om in melkzuur en maken de melk dikker en zuurder.

Is het goedkoper? Ja, melk is goedkoper dan yoghurt, dus als je het daarmee kunt maken, ben je goedkoper uit. Nu is yoghurt niet zo duur als je het haalt uit de supermarkt. Goede BD yoghurt is echter zeker 2x zo duur als regulier en niet overal verkrijgbaar. Als ik dan toch bij de boer ben, of het wordt met korting aangeboden omdat het tegen de datum is, sla ik mijn slag.

Langer houdbaar Yoghurt is een gefermenteerd product, hierdoor is het langer houdbaar dan melk. Hetzelfde geldt voor kaas. Heb je dus een overvloed aan melk dan is het als yoghurt of kaas langer te bewaren.

Is het lekkerder? Tja, dat valt te bezien. Producten uit de supermarkt hebben een constante kwaliteit en smaak. Op het moment dat je zelf gaat maken, blijkt ineens dat het heel anders smaakt dan je gewend bent. Zo is echte boerenmelk wisselend van smaak, voedingstoffen en consistentie, naar gelang het jaargetijde, wat de koe gegeten heeft en of ze zojuist gekalfd heeft of niet. Aan de andere kant kun je het zelf ook helemaal naar eigen smaak maken.

Is het gezonder? Het kan zeker gezonder zijn om zelf je yoghurt te maken, je weet dan immers precies wat er dan in zit en hoe het gemaakt is. Wat niet alle mensen weten, of zich realiseren, is dat melk en yoghurt op allerlei manieren bewerkt zijn. Zo worden alle bestanddelen eruit gehaald en weer samengevoegd zodat je een standaard kwaliteit hebt. Je hebt zelfs yoghurt producten die gepasteuriseerd zijn waardoor de levende bacteriën (die we juist nodig hebben voor onze darmflora) zijn gedood. Het mag dan geen yoghurt meer heten.

Makkelijk? Yoghurt is heel eenvoudig te maken, je hebt een beetje tijd en een paar ingrediënten nodig: melk en levende yoghurtculturen. Die laatste haal je gewoon uit je laatste beetje yoghurt en hoef je niet apart te kopen.

Waarom zou je zelf yoghurt maken?

Omdat het leuk en makkelijk is om te doen.
Om te weten wat je nu eigenlijk zit te eten.
Om, als je er ’s avonds achterkomt dat de yoghurt bijna op is, je zelf nieuwe kunt maken om de volgende ochtend te eten

thermosfles met yoghurt

Zelf Maken: Yoghurt

Zelf yoghurt maken is helemaal niet moeilijk en zelfs erg leuk om te doen. Je hebt alleen een beetje tijd en een paar ingrediënten nodig: melk en levende yoghurt culturen. Dat laatste haal je eenvoudig uit een restje yoghurt wat je nog over hebt.

Ingrediënten
  

  • Verse melk liefst rechtstreeks van de boerderij
  • 1 à 2 el volle boerenyoghurt per liter melk

Method
 

  1. Verwarm de melk tot net tegen het kookpunt (de damp begint ervan af te komen)
  2. Laat de melk daarna afkoelen tot 42 graden. (dat is enigszins warm maar niet heet. check aan de binnenkant van je pols)
  3. Roer er vervolgens per liter melk één eetlepel (lekkere) volle boerenyoghurt door.
  4. Zet de melk nu warm weg. Dat kan op verschillende manieren. Pak bijvoorbeeld de pan in met een dikke deken, giet de melk in een thermosfles, gebruik een hooikist of zet de pan in de oven met het lampje aan.
  5. Na ongeveer acht uur is de yoghurt klaar. Vind je de dikte en smaak goed? Zet de yoghurt dan in de koelkast. Hoe langer je het laat staan, des te zuurder het wordt.

Notities

Tips
– Je kunt een beetje van je zelfgemaakte yoghurt achterhouden voor de volgende partij. Dit kun je enkele keren doen, daarna heb je weer wat nieuwe yoghurt nodig als starter.
– Je kunt yoghurt ook prima maken met melk / yoghurt uit de supermarkt.


Koken uit de kast

Wat moeten we nu weer eten?

In elk huishouden is dit een regelmatig terugkerende vraag. Je vindt het misschien best leuk om te koken, nieuwe recepten te proberen, te experimenteren. Maar nu – even – niet. Als je zelf hongerig en moe bent; jengelende kinderen aan je rokken hangen; je partner ietwat misprijzend over je schouders meekijkt. ‘We kunnen toch ook gewoon friet halen?’ Dan is het handig om snel iets uit de kast te kunnen trekken.

Ik zal je iets bekennen. Ook al heb ik van gezonde voeding en koken mijn beroep gemaakt, ik kook (bijna) nooit voor mezelf. Ik kook (graag!) voor mijn catering klanten, vind het heerlijk recepten uit te proberen of restjes te verwerken. Verder kook ik alleen uitgebreid als er iemand komt eten. Voor mezelf duik ik even in de kast om wat bij elkaar te gooien en dat is dan mijn maaltijd. Niet dat dat perse slecht is, juist niet. Maar ik moet natuurlijk wel zorgen dat er iets uit de kast te halen valt. Anders wordt het al snel ‘even iets halen’ of blijf ik de hele avond dingetjes snacken. Gelukkig koken mijn vriend en ik om de dag voor elkaar maar ook dan staat er vaak iets ‘onbestemd’ op tafel genaamd GRUB.

To grub betekent letterlijk: rooien, opduikelen en dat is een mooi woord voor ‘wat er zoal uit de kast komt rollen’. Okee, een grub betekent ook ‘sloddervos’ of een larve. Ik noem het liever ‘een creatieve koker’, improviseren, doen met wat er voor handen is. Grub kan namelijk ook gewoon een goede maaltijd zijn > als je uitgaat van goede ingrediënten en je een beetje weet hoe je die moet combineren. Grub is ook gemak, jezelf rust gunnen en het perfecte plaatje los laten. Koken zonder stress en met plezier!

Wat zit er in de kast?

Om uit de kast te kunnen koken, moet er natuurlijk wel wat in staan! Met deze basisvoorraad kan ik altijd een maaltijd op tafel zetten.

  • Groenten- fruit: Seizoensgroenten die nu beschikbaar zijn en die je zeker een aantal weken kunt bewaren, zijn: aardappelen; witte-, rode-, savooiekolen; wortel, pastinaak; knolselderij; rode bieten; (kool)rapen; pompoen; prei en uien. Fruit: appels en citrusfruit (sinaasappels en mandarijnen) en eventueel gedroogd fruit als snack of smaakmaker.
  • Granen: Zorg je voor voldoende rijst, deegwaren (volkoren pasta of noedels) of andere (semi) granen als couscous, quinoa oid. Muesli voor in de yoghurt. Met meel/bloem in huis kun je ook je eigen brood, wraps of pannenkoeken bakken.
  • Eiwit: Met kaas, eieren, yoghurt of kwark kun je prima een week of meer toe, evenals tofu of tempeh. Noten, pitten en zaden mogen ook niet in de voorraadkast ontbreken. Maar een geweldige, bewaarbare eiwitbron zijn natuurlijk peulvruchten: bonen, erwten en linzen. Heb je geen zin om droogbonen van tevoren te weken en lang te koken, neem dan een potje. Of gebruik linzen, deze hoef je niet te weken en zijn snel klaar.

In een handomdraai maak je bijvoorbeeld deze vegetarische erwtensoep of Turkse linzensoep. Je kunt soep goed (in glazen potten) invriezen of wecken. Gebruik het ook eens als snelle (pasta)saus

Uiteraard heb je daar ook nog de nodige toevoegingen voor nodig als:

  • Kruiden, specerijen en andere smaakmakers als zout, suiker/honing, mosterd, azijn, tomatenpuree, bouillonblokje, citroensap, sojasaus, chili, knoflook(pasta) en gember (vers of siroop).
  • Olie en/of boter om mee te bakken of als dressing.
Wil je je creatieve kok verder uit de kast laten komen, en ongestoord experimenteren met gelijk gestemden? Geef je dan op voor een kookvakantie Dan duiken we een midweek onder in de vegetarische / veganistische keuken.

Kookvakantie in Hoeve Wetermans

Voorjaars Detox: Mungbonensoep

Sommige mensen zweren erbij: een detox kuur in het voorjaar om je lichaam te ontgiften. Is het nodig ? Neuh, niet echt want je lichaam reinigt zichzelf continu. Maar toch kan het geen kwaad om af en toe een reinigingskuurtje in te zetten. Omdat je bijvoorbeeld teveel paaseitjes of oranjebitters gesnoept hebt en je – nu echt! – weer gezond gaat eten. Of omdat je – zoals ik laatst – te kampen hebt met een hardnekkige verkoudheid en je eigenlijk alleen maar kopjes thee wilt drinken en boekjes lezen. Ik grijp dan terug op deze detox soep van mungbonen: ik maak een hele grote pan en eet een aantal dagen niks anders (ja, ook voor ontbijt!). Het brengt niet alleen de spijsvertering tot rust maar ook mezelf. Ik hoef even geen boodschappen te doen of te bedenken wat ik ga eten.

magische mungboon

De mungboon ken je wel, als je het laat ontkiemen krijg je taugé. Ik heb ooit weleens zo’n zakje gekocht en een keer uitgeprobeerd en dan blijft de rest liggen. Blijkt het ineens een soort goed-voor-alles-magische wonderboon te zijn! Mungbonen zijn klein en olijfgroen, ze worden ook wel de groene sojabonen genoemd, maar er bestaan ook rode en zwarte soorten. Bij het koken voor een yoga retraite kwam de mungboon ter sprake. De mungboon is vooral bekend en veel gebruikt in de Vedische keuken. Ayurveda (Ayur = leven en Veda = weten/kennis) is een traditionele geneeswijze van het Indiase continent. De keuken kenmerkt zich door het gebruik van verse (liefst biologische) groenten, granen, vruchten, noten, peulvruchten en melk. En een heel kleurenpalet aan kruiden en specerijen die ongekende smaakmakers zijn en allemaal hun eigen geneeskrachtige werking op lichaam en geest hebben. Het uitgangspunt is het eten van het juiste type voedsel op het juiste moment op basis van individuele lichaamstypes ook wel dosha’s genoemd: vata, kapha en pitta.

Nu zijn bonen altijd een goed idee om op het menu te zetten maar mungbonen bieden nog wat extra voordelen: ze zijn licht verteerbaar, hebben een hoog eiwitgehalte en zijn snel en makkelijk te verwerken. In de Ayurveda staan mungbonen bekend om hun reinigende werking.

Het recept voor de mungbonen soep komt uit de Vedische Koksklapper van Rada Meursing. Een aanrader als je je verder wilt verdiepen in de Vedische keuken.

mungbonen

Mungbonen (detox) soep

'Een korte detox kan fijn zijn om het lichaam te reinigen. Mungbonen reinigen niet alleen lichaam en geest, maar ze optimaliseren de spijsvertering. Je kunt een dag tot een week alleen deze mungbonensoep eten, alleen in combinatie met voldoende (heet) water. Deze mungbonensoep balanceert alle dosha's.'
uit de Vedische Koksklapper van Rada's kookstudio.
Porties: 6

Ingrediënten
  

  • 250 gr mungbonen een nacht laten weken
  • 1 ltr water
  • 1 tl kurkuma of 1 eetlepel verse geelwortel
  • 1 tl komijn gemalen
  • 1 tl koriander gemalen
  • 1 laurierblad
  • 1 el kokosolie
  • 1 tl komijnzaad
  • 1 el verse geraspt gember verse geraspt
  • 1/2 tl zwarte peper
  • 1/4 tl asafoetida*
  • 1/2 – 1 citroen sap van
  • 1 – 1 1/2 tl zout

Method
 

  1. giet de geweekte mungbonen af en was ze zorgvuldig
  2. breng aan de kook met het water en de kruiden (kurkuma, komijn, koriander en laurier), kook totdat de bonen uit elkaar vallen (30-40 min)
  3. verhit het kokosvet in een apart pannetje. Zet laag en voeg komijnzaad, gember, zwarte peper toe en na 20 sec de asafoetida.
  4. voeg het kruidenmengsel toe aan de soep en zet het vuur uit. laat even staan zodat de kruiden kunnen intrekken. voeg de verse citroensap en zout toe.

Notities

Laat je  niet intimideren door de lange lijst ingrediënten, het zijn voornamelijk kruiden en specerijen. Als je wilt kun je nog stukjes wortel mee laten koken met de soep.
*asafoetida ofwel ‘duivelsdrek’ is een kruid uit de Vedische keuken en wordt gebruikt in plaats van ui, prei en (knof)look. Het geeft wel de smaak maar niet de bij effecten. Asafoetida kun je in de toko kopen maar ook biologisch bij gespecialiseerde kruidenzaken (zoals pit&pit). Het is ook bekend onder de naam ‘hing’.
Mungbonen zijn te koop bij de natuurvoedingswinkels (en ook toko)

Asperges

Na de ‘asperge voor de armen’ (ofwel schorseneren) is het nu tijd voor de ECHTE Koningin van de groenten. Asperges uit Nederland zijn maar heel beperkt verkrijgbaar: van april tot eind juni. -al wordt het seizoen bij reguliere teelt wel opgerekt met verwarmde bedden!-. Na de langste dag wordt de plant met rust gelaten om energie op te doen voor het volgende jaar. Asperge is een zijn meerjarig gewas. Het duurt zeker twee jaar voor er geoogst kan worden en pas na 4 jaar is de oogst optimaal. De planten gaan echter wel 12 jaar mee.

Koningin van de groenten
Dubbel plezier

Groene en witte asperges komen van dezelfde plant. De witte worden onder aangelegde heuvels uit de zon gehouden zodat ze niet verkleuren. Witte asperges zijn fijner van smaak dan de groene en het is nodig ze te schillen. (zie ook het filmpje – Daardoor heb je er ook dubbel plezier van want van de schillen (en de houtige onderkanten) maak je heerlijke soep! Je kunt natuurlijk ook de hele asperges daarvoor gebruiken, maar dat is wel zonde. Kook en eet de asperges gewoon als groente en bewaar het kookvocht, de schillen en de afgesneden kontjes voor de soep.

Heb je maar een paar asperges?
Maak bijvoorbeeld deze heerlijke hartige taart!
Aspergetaart met raapstelen
Check out this recipe
aspergetaart met raapsteel

Aspergesoep

  • schillen van 6-8 asperges, geschilde ‘kontjes’
  • 1 1/2 liter kookvocht
  • 75 gr roomboter
  • 75 gr bloem
  • peper, zout, citroensap
  • optioneel: 125 ml slagroom, bieslook, ei

Zet het kookvocht met de schillen op het vuur. Voeg ook de afgesneden stukjes toe. Laat een half uur koken, niet langer, anders wordt het bitter. Zeef het kookvocht, vis de stukjes asperge eruit en gooi de schillen weg, zet de bouillon apart.
Maak een blanke roux: smelt roomboter in de pan, roer een zelfde hoeveelheid bloem erdoor tot een glad mengsel. Laat 2-3 minuten doorkoken, zonder te verkleuren. Voeg al roerend de bouillon erbij en breng aan de kook. Laat een paar minuten zachtjes koken, voeg de asperge stukjes toe en breng de soep op smaak met peper, zout en een beetje citroensap. Voeg eventueel wat room of creme fraîche toe, laat de soep dan niet meer koken. Garneer eventueel met bieslook en stukjes gekookt ei.

Zorg voor bodem tot buik

Het tuinseizoen is begonnen! Na de IJsheiligen kunnen de vorstgevoelige planten naar buiten. En de tuinders beginnen met de levering van de verse voorjaarsgroenten uit de eigen tuin. Met smart wacht ik op de start van het zelfoogsten bij Tuinderij de Overkant, maar helaas! ‘We moeten het anders aanpakken dit jaar’, zegt tuinder Sander. Een heel nat voorjaar, veel slakkenvraat, een verhuizing van een deel van de tuin en een nieuwe samenwerking met zorgtuin Aardewerk nopen tot aanpassing van de werkzaamheden. Geen zelfoogst abonnement dit jaar, dus. Maar wel een groenten abonnement en de mogelijkheid zelf een pakket samen te stellen.

Tuurlijk is het jammer. Ik vond het heerlijk om het seizoen te volgen op de tuin en mede oogsters te ontmoeten. Juist de betrokkenheid bij de tuin en tuinders maakt het wekelijks portie groenten bijzonder en zoveel meer waardevol dan ‘gewoon’ boodschappen doen bij de supermarkt. Maar, die betrokkenheid houdt niet op, ook niet als ik mijn groenten nu aangeleverd krijg op een afhaalplek in plaats van zelf ga oogsten. En ik zie mooie nieuwe kansen en samenwerkingen ontstaan.

Sinds begin dit jaar is zorgtuin Aardewerk neergestreken op de ‘dependance’ van de tuinderij aan de Voordersteeg. Hier worden de groentepakketten samengesteld en maken we potjes in voor de verkoop. Al eerder vond ook Erik van de Gouden Pompoen hier zijn werkplek. Met de komst van de Aardewerkers aan de Voordersteeg en vele vrijwillige handen heeft de plek een verdere transformatie ondergaan: er is een kruidentuin en aardbeienwal aangelegd, een nieuw terras en stalletje aan de weg, een deel van de teelt is overgebracht. Kortom, er is veel ‘zachtaardige’ reuring. Een fijne plek ‘waar iedereen zichzelf kan zijn, aangesproken wordt op kwaliteiten en uitgenodigd om te ontwikkelen in een veilige, rustige, groene en ondersteunende omgeving.’

Het is fijn dat er plekken zijn zoals deze kleinschalige tuinders, zorgboeren, voedselbossen, herenboeren, CSA’s, permacultuurtuinen en andere lokale burgerinitiatieven. Ze kunnen echter niet bestaan zonder onze bijdrage in geld of in tijd. Is dat eerlijk, vraag je je misschien af? In de praktijk blijkt het vrijwel onmogelijk om een goed ‘verdienmodel’ te ontwikkelen waarbij iedereen die betrokken is een goede boterham heeft, die nog belegd is ook. Het blijft noodzakelijk terug te kunnen vallen op vrijwilligers, een (partner met) betaalde baan, subsidiepotjes oid. Misschien is het niet erg. Ondertussen is er een heel netwerk (aan het) ontstaan van alternatieven voor de reguliere landbouw, distributieketens, grote zorginstellingen etc. Deze kunnen namelijk niet bieden wat kleinschalige initiatieven wel kunnen, namelijk de behoefte vervullen om ergens bij te horen, zorg te dragen en oog te hebben voor de menselijke maat.


Op 1 juni is het open dag Zorgtuin Aardewerk

Tussen 10.00 uur en 15.00 uur ben je welkom om een kijkje te komen nemen of mee te doen aan een rondleiding of activiteit aan de Voordersteeg 4 in Twello. Er zijn diverse rondleidingen door tuinder en zorgboerin, een biologische markt en demonstraties en lekkernijen. Kijk hier voor het programma.

Radijs (rettich / rammenas)

Ah, wie kent niet die kleine rooie rakkers. Als kind zaaide je ze al, want ze groeien lekker snel. Maar at je ze ook op? Ik vraag het me af, want radijs is natuurlijk behoorlijk peperig. En dat vinden de meeste kinderen dan weer niet zo lekker. Gelukkig zijn er meerdere manieren om ze te eten dan als hartig hapje of als pittig accent bij de salade.

Pittige dingetjes

Radijs kennen we wel als pittige rauwkost: zo uit de tuin of even gedoopt in wat zout. Radijs is eigenlijk de verdikte wortel van een plantje en behoort tot de koolgewassen. Het meest bekend is het witte bolletje met de rode schil maar er zijn langwerpige soorten en ook met een witte en rood-witte kleur. De smaak is pittig, peperachtige en die is vooral afkomstig van de rode schil. Als je de schil eraf haalt is het gelijk een stuk minder pittig.

Twee in één

Grappig genoeg merk je vooral dat de radijs een koolsoort is als je deze kookt of bakt als groenten. De smaak is dan zacht en zoet. Zo maakte ik eens deze prachtige radijsjestaart, die overigens wel hartig is. Ook kun je de radijs roosteren in de oven met een beetje tijm. Het loof kun je natuurlijk gebruiken voor pesto (of tambouille zoals Mari Maris chique zegt). Samen vormen ze een leuk pastagerecht: pasta met geroosterde radijs en pesto. Zo haal je nog meer uit je groenten!

Geroosterd of in de oven

Voor de geroosterde radijs heb je geen recept nodig: hussel met olie, zout en kruiden als tijm. Rooster in voorverwarmde oven (220C), ongeveer 20 min.

radijsjestaart

Radijsjestaart

Spectaculaire lente- radijsjes taart! De radijsjes worden zoeter door het bakken maar de taart is wel hartig. De bodem maak je ook eenvoudig zelf. Maak pesto van het radijsblad en serveer deze erbij.

Ingrediënten
  

bodem
  • 125 g volkoren tarwemeel plus extra om te bestuiven
  • 1 tl bakpoeder
  • 125 g kwark liefst volle
  • 5 el olie plus extra om in te vetten
vulling
  • 1 bos radijsjes met groen als je pesto maakt
  • 150 g zachte geitenkaas
  • 75 ml verse slagroom
  • 2 middelgrote eieren

Equipment

  • deegroller
  • quichevorm (Ø 24-28 cm, ingevet)
  • garde

Method
 

Bereiding
  1. Verwarm de oven voor op 200 °C. Meng het meel met het bakpoeder in een kom. Voeg de kwark en 1 el olie toe. Kneed 1 min. goed door tot een soepel deeg. Bestuif het werkblad en de deegroller met wat meel. Rol het deeg uit tot de grootte van de quichevorm.
  2. Bekleed de ingevette vorm met het deeg en snijd het overtollige deeg weg.* Snijd het groen van de radijs, maar laat ca. 1 cm van het steeltje zitten. Bewaar het groen. Was de radijsjes, dep ze droog met een schone theedoek en halveer ze in de lengte.
  3. Prak de geitenkaas en de slagroom met een vork in een kom. Klop de eieren er met een garde een voor een door. Breng op smaak met ½ tl peper en ½ tl zout. Verdeel het geitenkaas-eimengsel over de bodem van het deeg.
  4. 4 Leg de halve radijsjes (om en om rood en wit boven) op het geitenkaas-eimengsel. Bak de radijsjestaart in ca. 20 min. goudbruin en gaar.

Notities

Gebruik het groen van de radijs om een pesto te maken. Deze kun je bij de taart serveren.
Dit recept is afkomstig uit Lekker Lokaal van Laura de Grave

Overal waar radijs staat, kun je ook rettich, rammenas of daikon gebruiken.

Permacultuur en improvisatie koken

Permacultuur en improvisatie koken hebben veel met elkaar gemeen. Voor de buitenstaander lijkt het of je maar wat aanrommelt, maar er zit wel degelijk een idee achter. En je gaat uit van een aantal basisprincipes die overeenkomen. Zo bekijk je wat er aanwezig is en laat je je daardoor leiden, maak je gebruik van slimme combinaties, zorg je voor evenwicht en diversiteit. Maar bovenal doet improvisatie koken een beroep op je verbeeldingskracht en zin voor avontuur.

De ingrediënten

Uitgaan van wat er voorhanden is, is voor mij het basisprincipe van improvisatiekoken. Reuze handig als je bijvoorbeeld ziek bent, er een of ander virus rondwaart en je niet meer naar de supermarkt kunt bijvoorbeeld, en je moet koken met wat er in je tuin of keukenkastje voorradig is. Of als je een mooi maaltje groenten krijgt aangeboden van iemand met een moestuin. Of als nu net die pruimen rijp zijn.

Als je improvisatie kookt ga je uit van het ingrediënt en niet van het recept. Je begint met de keuze van verse, lokale seizoensgroenten en -fruit. Dat is niet alleen de meest duurzame keuze maar levert ook een betere kwaliteit op: de producten hebben de kans gekregen te rijpen en tot volle wasdom te komen, en hebben daardoor meer smaak en zijn beter verteerbaar; het moment van oogsten en eten ligt dicht bij elkaar waardoor er minder verlies van voedingsstofen plaatsvindt. Naast je verse producten is het handig om ‘droogwaar’ op voorraad te hebben (zoals granen, peulvruchten, gedroogd fruit, noten en zaden) en smaakmakers (oliën, azijn, specerijen). Je maakt ook gebruik van je zintuigen, vaardigheden en creativiteit.

Hoe ruikt het, hoe smaakt het, wat kun je ermee? Welke ‘zin’ roept het op?

Je kunt gebruik maken van een aantal basisrecepten of ideeën en daarop voortborduren, nieuwe wegen ontdekken en experimenteren.

Slimme combinaties en diversiteit

Net als in de permacultuurtuin maak je gebruik van slimme combinaties die
elkaar versterken of juist een contrast geven. Denk daarbij aan een verschil in
kleur, structuur en smaak. Zo heeft elke kleur groenten of fruit zijn eigen goede eigenschappen evenals de verschillende gewasgroepen (vrucht,
wortel, blad en knolgewassen). Je hoeft niet precies te weten welke anti-oxidanten of hoeveel polyfenolen waar in zitten:

zorg voor diversiteit op je bord en eet ‘de regenboog’ dan krijg je automatisch voldoende voedingsstoffen binnen.

Balans in smaken

Een goede balans in smaken is essentieel voor het slagen van een gerecht. Alle smaken doen ertoe en zijn vertegenwoordigd: zoet, zuur, zout, bitter en umami. Mist er nog iets aan een gerecht? Een snufje zout versterkt de smaak van zoet. Een beetje zoet kan meer diepte geven aan een hartig gerecht. Het is leuk om ook hier gebruik te maken van de natuurlijke eigenschappen van groenten, fruit of kruiden. Gebruik voor:

• ZOET bijvoorbeeld fruit, gedroogde zuidvruchten, honing, stroop of siroop of zoete kruiden of specerijen als kaneel, zoethout, kardamom, anijszaad en munt;

ZOUT bijvoorbeeld lavas, selderijblad, zeekraal of gefermenteerde producten als olijf, kaas en miso;

ZUUR bijvoorbeeld citroen, azijn, bessen, cranberry, sumak, yoghurt, verjus (sap gemaakt van onrijpe druiven of ander fruit);

BITTER bijvoorbeeld geelwortel (kurkuma), salie, citrusschil, lavendel, laos, paardenbloem, witlof, andijvie, cacao, hop, amandel, zwarte thee.

En dan is er ten slotte de vijfde smaak UMAMI, ook wel hartig genoemd. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld wortel, bataat, tomaat, selderij, ei, oude kaas en paddenstoelen, maar ook (gefermenteerde) sojaproducten als tamari, shoyu, miso, tempeh en zeewier.

Bereiden

Variatie breng je ook aan door gebruik te maken van verschillende bereidingswijzen. Het is leuk om je hier enigszins in te verdiepen. Met bereidingswijze bedoel ik niet alleen maar koken of bakken. Ook de manier van snijden is van belang en beïnvloedt de smaak en de vertering. Maar
je kunt producten ook ‘voorverteren’ door ze een tijd te marineren in bijvoorbeeld zuur, te masseren met zout of te fermenteren.

Volg de / je natuur

Voor sommige mensen is er niks leukers dan op avontuur gaan en experimenteren. Anderen hebben daar wat meer moeite mee. Wat kan helpen is om uit te gaan van iets wat je al kent en daarop te variëren.
Gebruik bijvoorbeeld een aantal basisrecepten die je kunt aanpassen naargelang het aanbod aan producten, het seizoen, het aantal mensen, de middelen en materialen die je ter beschikking staan. Ten slotte, mocht je eigen creativiteit je in de steek laten, overweeg dan eens om samen met anderen te koken en te eten. Bijvoorbeeld bij een workshop van Velt of tijdens de jaarlijkse kookvakantie van Keetmee.

Dit artikel is gepubliceerd in Permacultuur Magazine nummer 19, juni 2020.


Voed je jezelf of de composthoop?

Misschien heb je een moestuin of een groenten abonnement bij een boer in de buurt. Of probeer je zoveel mogelijk je groenten van het seizoen te kopen bij de lokale (super)markt. Maar, hoe vaak komt het niet voor dat je aan het eind van de week de verlepte bosjes uit je koelkast kunt plukken? Of dat er spontaan een kwekerij in je groentela of kelder is ontstaan met ontsproten uien of aardappels? ‘Het gaat niet verloren’, zei een bevriende tuinder, ‘via de composthoop komt het weer in de bodem.’ Tja, maar daarvoor is het niet gemaakt natuurlijk. Het is wel de bedoeling dat die groenten op je bord terecht komen.

Is het gemakzucht, onwetendheid of een gebrek aan tijd, planning of creativiteit? Wie het weet mag het zeggen. 25-30% van de mensen die enthousiast beginnen met een groenteabonnement van de bioboer zegt deze binnen een jaar weer op. Belangrijkste reden is dat er teveel van het pakket wordt weggegooid. Zonde natuurlijk! Niet alleen voor die zorgvuldig geteelde groenten, maar voor ons allemaal. Er zit namelijk nog een hele ‘keten’ vast aan lokale, biologisch geteelde seizoensgroenten:

bestaanszekerheid voor de bioboer, zorg voor een levende bodem, meer biodiversiteit, robuuste groenten, minder voedselkilometers, eerlijke voedselprijs, minder plastic en de mogelijkheid deel uit te maken van een lokale ‘community*, etc.

Lees hier meer over ‘ieder’ zijn tuin

Groenten eerst

Hoe voorkom je nu dat je groenten op de composthoop of in de groenbak verdwijnen? Het antwoord is dat je op een andere manier je maaltijd gaat samenstellen. Niet uitgaan van een recept maar van de groenten. Als je een groenten abonnement hebt of een moestuin is dat makkelijk: dit is de basis van je maaltijd, vervolgens bekijk je wat je ervan kunt maken.

Zorg voor voldoende voorraad

Een basisvoorraad van droogwaar (meel, rijst, peulvruchten, kruiden, smaakmakers) aangevuld met verse groenten en andere producten zorgt ervoor dat je nooit misgrijpt en ‘alles’ kunt maken. Download hier mijn basisvoorraadlijst en pas m aan naar eigen voorkeur.

Succesrecepten

Zorg dat je een aantal succesrecepten, waarmee je kunt variëren, paraat hebt. Dit scheelt ‘denkkracht’ na een drukke dag en voorkomt dat je alsnog iets kant en klaar gaat maken.

Preppen en conserveren

Is er een overvloed aan bepaalde groenten en kun je ze niet wegwerken? Plan af en toe tijd in om ze in te vriezen, inmaken of te fermenteren.

Ikzelf kan niet wachten tot het zelfoogstseizoen bij Tuinderij de Overkant weer begint. De allereerste knisperverse raapstelen (uit de koude kas) mocht ik verleden week verwelkomen en wat een feest was dat! Ik verwerkte ze met spinazie uit de diepvries (want daarvan had ik nog niet voldoende) en maakte deze sag panir.

Een halvering van de totale voedselverspilling in Nederland levert uiteindelijk een broeikasgasreductie van 2-3 Mton CO2-equivalenten per jaar op. In Nederland betekent dit per jaar 1 miljard kilo minder voedsel verspillen. Daar kunnen 2,7 miljoen mensen, ruim 15% van de Nederlandse bevolking, een jaar lang van eten.

* Ik weet het, liever ook lokaal taalgebruik en geen Engels. Maar ‘lokale gemeenschap’ roept toch weer andere associaties op…

Raapstelen

Raapstelen of bladmoes is een typische voorjaarsgroente: de eerste groene blaadjes van het seizoen! Het zijn de jonge plantjes van diverse koolsoorten, zoals meiraap of Chinese kool, die als jong groen worden gegeten. Bewaar ze niet te lang, max drie dagen in de groentelade van de koelkast, liefst in een open zak of gewikkeld in een vochtige doek. Direct uit de tuin op je bord is het lekkerst. Je koopt (of krijgt) de raapsteeltjes met wortel en al. Je kunt de houdbaarheid iets verlengen door de worteltjes van de raapstelen in een kommetje water te zetten.

Raapsteel heeft een pittige wat mosterdachtige smaak waar je vele kanten mee op kunt. Je kunt zowel de steeltjes als het blad eten, alleen de worteltjes snij je eraf. Vaak worden raapstelen (rauw) verwerkt in een aardappelstamppot of salades. Je wilt immers het liefst zoveel mogelijk van deze vitaminebommetjes gebruiken (bij verhitten slinken ze namelijk).
Schep ze dus rauw door warme groenten, zoals in onderstaande voorjaarschotel. Een lekkere en kleurrijke combi met zoete aardappel en kaas. Of verwerk ze in een puree, linzen, pasta  of pittige salade met gember/sinaasappeldressing.

Heb je een grote voorraad raapstelen, dan kun je ze ook verwerken als bladgroen in sag paneer.

Voorjaarschotel met raapstelen
raapsteel

Raapstelen met zoete aardappel

Een kleurig voorjaarsrecept met de eerste raapstelen
Porties: 4

Ingrediënten
  

  • 500 gr zoete aardappelen*
  • 1 el olie
  • 2 teentjes knoflook geperst
  • 2 bosjes raapstelen grof gehakt
  • 2 el sojasaus
  • 2 el groentebouillon
  • 200 gr komijnkaas (in blokjes) en/of walnoten

Method
 

  1. Snijd de zoete aardappelen in blokjes van 1,5 cm en kook ze in 15 minuten gaar. Laat ze goed uitlekken.
  2. Was de raapstelen, snijd de worteltjes eraf en hak in grove stukken.
  3. Verhit olie in een wok of braadpan en roerbak de knoflook. Voeg vervolgens de zoete aardappelen toe en roerbak 2 minuten.
  4. Doe de raapstelen, sojasaus en bouillon erbij en schep het geheel om tot de raapstelen net geslonken zijn.
  5. Tot slot schep je de kaas erdoor of de walnoten erover.
  6. Lekker met rijst.

Notities

*in plaats van zoete aardappel, kun je ook wortel gebruiken
raapstelen